vrijdag 30 oktober 2026

Halloween, een avond vol angstaanjagend plezier !!


Aanstaande zaterdag, op 31 oktober, is het weer zover: Halloween! De echte liefhebbers leven al wekenlang toe naar die ene avond waarop je ongestraft als wandelende doodskist over straat mag, je huis verandert in een spookpaleis en je buurman eruitziet alsof hij zojuist uit de diepvries is gehaald.

Welkom bij Halloween, het feest waarbij griezelen de bedoeling is en je je afvraagt waarom je eigenlijk nog zoveel moeite doet om je eigen voordeur open te durven doen.

Halloween begint natuurlijk niet op 31 oktober. Nee, dat begint weken eerder. Kostuumwinkels puilen uit, webshops draaien overuren en hele gezinnen raken in crisis omdat mama dit jaar geen heks wil zijn, maar een bloeddorstige vampier. Papa doet ook mee, zolang hij maar niet zelf geschminkt hoeft te worden. En de kinderen? Die willen iets waarvan je als ouder 's nachts wakker ligt.

De kostuums zijn vaak schitterend mooi. Van levensechte zombies en grijnzende skeletten tot heksen met nagels waar zelfs een roofvogel jaloers op zou zijn. Sommige mensen zijn zo professioneel geschminkt dat je spontaan overweegt de politie te bellen. Vooral als ze doodleuk de supermarkt binnenwandelen met een gezicht dat eruitziet alsof het drie keer door een gehaktmolen is gehaald.

En dan moet het feest nog beginnen! Voor kinderen is Halloween een soort Sinterklaas, maar dan zonder de goedheiligman en met de kans op nachtmerries. Dagen van tevoren wordt er over niets anders gesproken. Welke route gaan we lopen? Welk kostuum trekken we aan? Hoeveel snoep krijgen we? En vooral: waar wonen de mensen die niet kinderachtig doen met het uitdelen van dat heerlijke snoepgoed?

Want laten we eerlijk zijn: dat griezelkostuum is leuk, maar een goed gevulde snoepzak is uiteindelijk de hoofdprijs. De kinderen oefenen hun griezelstem, ouders controleren de snoepvoorraad en ergens in de buurt installeert een buurman een rookmachine waarmee hij waarschijnlijk ook Schiphol tijdelijk kan sluiten.

En dan is het 31 oktober. Het wordt donker. De wind waait door de bomen, spinnenwebben hangen aan de gevels en achter sommige ramen brandt een geheimzinnig rood licht. Dan klinkt de eerste bel. Je opent de deur en kijkt recht in de ogen van een bloederige clown, een klein skelet en een heks die nauwelijks groter is dan je stofzuiger.

‘Trick or treat!’ Je hartslag schiet omhoog. Je grijpt naar de snoepkom en probeert ondertussen te bedenken of die clown wel echt acht jaar oud is. De kinderen verdwijnen met hun buit, maar voordat je de deur kunt sluiten, gaat de bel opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Na twintig keer snoep uitdelen begin je te begrijpen hoe mensen in horrorfilms zich voelen. Je gluurt door het raam, ziet een schaduw bewegen en denkt: als dit zo doorgaat, moet ik straks zelf als spook langs de deuren om mijn snoepvoorraad aan te vullen.

Halloween is allang niet meer alleen een kinderfeest. Ook volwassenen doen enthousiast mee. Sommigen trekken een cape aan, anderen laten zich urenlang schminken en weer anderen hebben helemaal geen kostuum nodig. Die zien er op maandagochtend op kantoor al uit alsof ze rechtstreeks uit een horrorfilm komen.

En dan de versieringen! Grafstenen in de voortuin, pompoenen met angstaanjagende gezichten, bewegende skeletten en spinnenwebben die zo realistisch zijn dat zelfs de pakketbezorger liever een kilometer omloopt. Later op de avond wordt het eindelijk stil. De laatste kleine vampier verdwijnt om de hoek, de rookmachine wordt uitgezet en de voordeur kan dicht. Je kijkt naar de snoepkom: leeg. Naar de vloer: vol modder, bladeren en mysterieuze glitters. En in de spiegel zie je een vermoeid gezicht dat verdacht veel lijkt op dat van een figurant uit The Walking Dead.

Halloween is voorbij. Tot volgend jaar! Ik zorg er dan ook weer voor dat er voldoende snoep in huis is, want voor je het weet staat er weer een horde kleine monsters voor de deur, laat staan dat je een vampier met lege handen naar huis stuurt. En wie weet, misschien maak ik volgend jaar mijn tuin nog griezeliger, mijn kostuum nog enger en mijn snoepvoorraad nog groter. Want één ding is zeker: op 31 oktober staan ze er weer. En ik? Ik doe dus gewoon weer mee. Tot volgend jaar… als je durft!

Quote: Geniet ook dit jaar weer op 31 oktober van dat magische Halloween!!

vrijdag 23 oktober 2026

De Rotterdammer betaalt de rekening !!

Rotterdam stelt haar begroting op 12 november definitief vast en heeft het dan financieel voor elkaar. Althans, op papier. De gemeentebegroting voor 2027 bedraagt maar liefst 5,429 miljoen euro. Ruim vijf miljard! Een bedrag waarvan je duizelig wordt als je probeert je voor te stellen hoeveel nullen daarachter staan.

En toch moet Rotterdam bezuinigen. Op wat? Op het gratis openbaar vervoer voor ouderen. En hoe vult de gemeente haar schatkist verder? Door betaald parkeren steeds verder uit te breiden en automobilisten steeds dieper in de buidel te laten tasten. Welkom in Rotterdam, de stad waar de ambities torenhoog zijn, de begroting miljarden telt, maar waar de rekening opvallend vaak terechtkomt bij gewone inwoners.

Oma eruit en parkeerautomaat erin. Jarenlang konden Rotterdamse AOW'ers gratis gebruikmaken van het openbaar vervoer. Een regeling die ouderen niet alleen geld bespaarde, maar hun ook de mogelijkheid gaf om zelfstandig op pad te gaan. Even naar de markt, een kop koffie drinken bij vrienden, op bezoek bij de kleinkinderen of gewoon een ritje maken om onder de mensen te zijn.

Maar de regeling voor alle ouderen verdwijnt per 1 januari 2027. De gemeente noemt financiële redenen. De besparing bedraagt ongeveer 3,3 miljoen euro per jaar. Drie komma drie miljoen! Op een begroting van 5.429 miljoen euro is dat ongeveer 0,06 procent. Anders gezegd: van iedere duizend euro die Rotterdam uitgeeft, gaat het om ongeveer zes cent.

Natuurlijk, ook zes cent is geld. Maar wie beweert dat deze maatregel noodzakelijk is om een begroting van deze omvang overeind te houden, moet wel heel overtuigend uitleggen waarom juist deze voorziening moet verdwijnen. Er is inmiddels een tegemoetkoming geregeld voor AOW'ers met een inkomen tot 110 procent van het wettelijk sociaal minimum. Zij kunnen onder voorwaarden gratis blijven reizen. Dat is goed nieuws. Maar ouderen met een hoger inkomen, die bepaald niet allemaal vermogend zijn, verliezen hun algemene recht op gratis openbaar vervoer.

En wat zijn de gevolgen? Een oudere die minder vaak de deur uitgaat, ontmoet minder mensen. Een bezoekje aan vrienden wordt een kostenpost. Een spontaan uitstapje wordt iets om over na te denken. Voor mensen die iedere euro moeten omdraaien, is dat geen theoretisch probleem. Sociaal isolement ligt op de loer. Eenzaamheid kan toenemen. En wie minder onder de mensen komt, kan uiteindelijk meer behoefte krijgen aan ondersteuning, welzijnswerk of zorg.

Niet iedere bespaarde euro op openbaar vervoer leidt automatisch tot extra zorgkosten. Maar het is wel degelijk de vraag of het verstandig is om een relatief kleine besparing te realiseren als daardoor elders maatschappelijke kosten kunnen ontstaan. Wat vandaag op de vervoersbegroting wordt bespaard, kan morgen op de zorgbegroting weer terugkomen. Misschien moet het Rotterdamse college eens uitleggen of die mogelijke neveneffecten zijn onderzocht. En zo ja, waar de uitkomsten te vinden zijn. Ik zal jullie vertellen, dat hebben ze nooit gedaan, het gaat deze coalitie simpelweg om geld binnen te harken over de ruggen van ons, inwoners van deze vergane wereldstad.

Dan het parkeerbeleid. Ook zo geweldige maatregel van deze coalitie. Rotterdam gaat dus betaald parkeren uitbreiden naar vrijwel de hele stad en ondanks dat er misschien nog een juridische procedure zal worden opgestart, zal naar alle waarschijnlijkheid hier geen sikkepit meer tegen te doen zijn. 

De financiële opbrengst van het nieuwe parkeerbeleid loopt volgens de gemeentelijke begroting uiteindelijk op tot structureel 76,7 miljoen euro netto per jaar. Dat is serieus geld. Maar het is ook serieus geld dat ergens vandaan moet komen: jawel, uit de zakken van ons, de inwoners, bezoekers en ondernemers.

Voor veel bewoners betekent betaald parkeren een extra vaste last. Wie een auto nodig heeft voor werk, mantelzorg, boodschappen of het vervoeren van gezinsleden, kan die niet altijd zomaar wegdoen. En wie geen eigen parkeerplaats heeft, wordt afhankelijk van de gemeentelijke tarieven en regels, waardoor het besteedbaar inkomen van de meeste gezinnen enorm zal dalen en ligt armoede in sommige gevallen wellicht op de loer.

Maar dit geweldige college van Rotterdam geeft de Rotterdammer dit jaar wel iets terug tijdens de jaarwisseling bij de Erasmusbrug. Er wordt, ondanks dat dit niet zou gebeuren, ruim een miljoen voor een vuurwerk show uitgetrokken, waar de meeste inwoners niet echt op zitten te wachten. Maar een paar miljoen voor ouderen is te veel?  Een vuurwerkshow duurt een paar minuten op oudejaarsavond. Gratis openbaar vervoer kan ouderen het hele jaar door helpen zelfstandig te blijven. Waarom krijgt het ene evenement wel financiële ruimte, waar de gemiddelde Rotterdammer niet warm of koud van wordt,  terwijl het andere beleidsterrein wordt versoberd, sterker nog compleet wordt uitgekleed.

Vuurwerk is mooi. Een volle Erasmusbrug met duizenden toeschouwers levert spectaculaire beelden op. Maar een gemeentebegroting is geen verlanglijstje waarop ieder aantrekkelijk evenement automatisch een vinkje verdient. Als de gemeente zegt dat zij financieel moeilijke keuzes moet maken, mag zij uitleggen waarom een kostbare vuurwerkshow prioriteit krijgt boven een voorziening die dagelijks betekenis heeft voor ouderen, evenals de desastreuze gevolgen van de invoering van betaald parkeren voor bijna de gehele stad.

Een oudere kan niet altijd zonder openbaar vervoer. Een werknemer kan niet altijd zonder auto. Een kleine ondernemer kan niet zomaar zijn winkel verplaatsen. En een gezin kan niet iedere nieuwe gemeentelijke rekening moeiteloos betalen.

Daarom verwijt ik deze coalitie dat men niet verder heeft gekeken dan de directe opbrengst van deze maatregelen. Ik hoop en met mij denk ik nog veel andere Rotterdammers, dat deze coalitie erg snel struikelt over haar absurde en blijkbaar ondoordachte ambities. 

Quote: De burger betaalt de rekening, de huidige coalitie noemt het vooruitgang !! 


vrijdag 16 oktober 2026

De zelfscankassa, van klant tot verdachte !!

Er was een tijd dat boodschappen doen een gezellige bezigheid was. Je liep met je karretje door de supermarkt, rekende af bij een vriendelijke kassamedewerkster en maakte ondertussen een praatje over het weer of de prijs van de aardappelen. Soms wist ze zelfs dat je op woensdag gehaktballen at.

Maar die tijd is voorbij. We leven in 2026. De vooruitgang heeft inmiddels toegeslagen: de zelfscankassa. Een revolutionaire uitvinding waarmee je voortaan zelf het werk van de kassamedewerkster mag doen, terwijl je ook nog gewoon betaalt. En dat allemaal onder het motto: gemak dient de mens. Ik vermoed dat degene die deze slogan bedacht heeft, zelf nooit boodschappen doet.

Het begint al bij het scannen. Je haalt een product langs de scanner en wacht op de verlossende piep. Geen piep? Nog een keer. Twee piepjes? Je twijfelt of je nu niet dubbel hebt betaald? Op die scanner is dat een beetje lastig te zien. Je gaat verder met boodschappen doen en komt bij de bananen. Geen barcode, dus moet je op een scherm zoeken tussen tientallen afbeeldingen. Was het nu een losse banaan, een tros bananen of biologische bananen? Voor je het weet, heb je drie kilo exotisch fruit afgerekend terwijl je alleen een trosje gewone bananen wilde.

En pas op dat je dus niet te snel scant, want dan sla je een product misschien dubbel aan. Maar doe het vooral ook niet te langzaam, want dan lijkt de machine te denken dat je een technisch defect hebt. Al met al is het soms niet al te simpel. 

Eindelijk ben je klaar. Alles zit in je tas, het bedrag staat op het scherm en je wilt gaan betalen. En dan verschijnt de alom gevreesde mededeling: CONTROLE. Ineens ben je van klant een verdachte geworden. Een medewerker komt aangesneld. Je boodschappen worden geïnspecteerd alsof je verdacht wordt van internationale smokkel van yoghurt en ontbijtkoek.

Je staat erbij als een hopeloze verdachte, die hoopt dat de officier van justitie mild gestemd is. Heb je die komkommer wel gescand? En wat zit daar onder in de tas? Een clandestien meegenomen tomaatje misschien? Natuurlijk, controles zijn begrijpelijk. Maar als je per ongeluk een product vergeet te scannen, voel je je soms al schuldig voordat iemand je ergens van heeft beschuldigd. Je ziet jezelf al op een zwarte lijst verschijnen: Deze klant mag de komende zes maanden uitsluitend onder begeleiding boodschappen doen. 

Het grootste verlies is misschien wel het menselijke contact. De kassamedewerkster die vroeg hoe je weekend was, is vervangen door een touchscreen dat uitsluitend geïnteresseerd is in je betaalmethode. Dus, waar is de gezelligheid gebleven? Je kunt de machine moeilijk vragen hoe het met haar kinderen gaat of hoe de vakantie is geweest.

De zelfscankassa zou ook efficiënter zijn. Maar waarom staan er dan drie medewerkers omheen om klanten te helpen die een kortingsbon niet kunnen invoeren, een weigerende scanner moeten kalmeren of niet weten hoe ze hun betaling moeten afronden? Was die gewone kassa eigenlijk niet gewoon sneller? Je hoefde zelf niets te scannen, werd niet behandeld als een potentiële winkeldief en kon ondertussen nog een praatje maken.

Begrijp me goed: ik ben niet tegen vooruitgang. Maar waarom betekent vooruitgang steeds vaker dat de klant het werk zelf doet, de verantwoordelijkheid draagt en vervolgens moet bewijzen dat hij niets verkeerd heeft gedaan? Misschien is het tijd dat supermarkten nog eens goed nadenken over deze vorm van vooruitgang. Want als klant wil je toch gewoon boodschappen doen, afrekenen en naar huis. Zonder dat je eerst een cursus barcodes scannen hebt gevolgd en vervolgens moet vrezen voor een onverwachte inspectie.

En mocht ik ooit per ongeluk een pak koekjes vergeten te scannen, dan hoop ik maar dat de rechter rekening houdt met verzachtende omstandigheden: een drukke dag, een haperende scanner en een banaan die zich niet liet identificeren. Tot die tijd blijf ik gewoon boodschappen doen. Met mijn karretje, mijn boodschappen en mijn goede bedoelingen.

Maar als er straks bij de zelfscan weer een verdacht piepje klinkt, kijk ik eerst even om me heen. Niet omdat ik iets gestolen heb. Maar omdat ik wil weten of mijn advocaat al in de buurt is.

Quote: Niet iedere verandering in vooruitgang is altijd even doelmatig !!

vrijdag 9 oktober 2026

Rotterdam van toen naar nu (3) !!

Als laatste deel in deze serie: Uitgaan in Rotterdam. Dat hebben we allemaal wel eens gedaan of doen dat nu nog. Tegenwoordig is dat uitgaan echter een hele onderneming. Maar in de jaren zeventig was dat een stuk eenvoudiger.

Je trok je beste kleren aan, deed wat aftershave of parfum op en ging gewoon de stad in. Waar je terechtkwam, nou ja, dat zag je wel.

Rotterdam had toen een indrukwekkend uitgaansleven. Namen als Bristol, Voom Voom en Le Bateau en wat later Parkzicht en Hollywood waren bekende begrippen in de stad. Bristol aan het Hofplein was in de jaren 70 een enorme discotheek en trok duizenden bezoekers. De verlichte dansvloer was een sensatie evenals het dansen in een kring onder het geluid van de “La Bamba”

En dan die kleding! Soulbroeken met wijde pijpen waar je gemakkelijk een tweede persoon in kon meenemen. Overhemden met kragen die bijna zelfstandig konden vliegen. Schoenen met enorm bolle neuzen. Het was de enorm populaire mode van die tijd.

Bij Voom Voom en Le Bateau ging het er natuurlijk weer anders aan toe. Rotterdam had een keur aan dancings, clubs en kroegen, gewoon teveel om hier allemaal te benoemen. Je liep van de ene zaak naar de andere en kende onderweg gegarandeerd wel iemand en daar trok je dan de avond verder weer mee op. Dat was misschien wel het grootste verschil met nu.

Je had geen smartphone bij je, want die bestond simpelweg nog niet. Dus als je vrienden kwijt was, had je een probleem. Geen WhatsApp, geen locatie delen en geen “waar ben je?” met een blauw vinkje. Je sprak gewoon af: “Om twaalf uur bij die kroeg.” En als je elkaar niet vond, dan had je gewoon pech.

Ook de bioscoop hoorde bij een avondje uit. Rond de Kruiskade zaten Thalia, Corso en Luxor dicht bij elkaar. Het was een echt uitgaansgebied. Thalia bood plaats aan ongeveer 800 bezoekers en Corso was jarenlang een van de grote bioscopen van Rotterdam. Thalia en Corso sloten uiteindelijk eind jaren 90.

En daarna? Eten natuurlijk. Wienerwald was voor veel mensen een bekende naam. Even een kipje pakken en daarna weer verder. Tegenwoordig hebben we sushi, poké bowls, tapas, burgers uit alle windstreken en restaurants waarbij je eerst moet bestuderen wat er eigenlijk op je bord ligt. Vroeger was het lekker overzichtelijk. “Doe mij maar een halve kip.” Klaar.

Ook de rekening zag er anders uit. In de jaren zeventig kostte een biertje nog rond een gulden en voor een bioscoopkaartje betaalde je enkele guldens. Natuurlijk moet je voor een eerlijke vergelijking rekening houden met de inflatie, maar het gevoel blijft: voor een bescheiden bedrag kon je een behoorlijke leuke avond hebben.

Tegenwoordig tik je voor een avondje stappen gemakkelijk tientallen euro's af. Entree, een paar drankjes, iets te eten, vervoer en voor je het weet ben je €50 tot €100 verder. Maar Rotterdam is nog steeds een uitgaansstad. Je kunt naar de Maassilo, Now&Wow Club, CUBE of een van de vele andere clubs en podia. Het is alleen allemaal groter, moderner en technisch indrukwekkender geworden.

Alleen dat ene ontbreekt soms. De toevalligheid. Vroeger ging je naar de stad zonder precies te weten waar je zou eindigen. Je kwam binnen bij een discotheek of leuke kroeg, zag iemand die je kende, raakte aan de praat, hoorde muziek die je nog nooit had gehoord en stond een paar uur later weer ergens anders.

En als je iemand leuk vond? Dan moest je er gewoon op af. Geen Tinder. Geen datingapp. Geen swipe naar links of rechts. Gewoon dansen, oogcontact maken en hopen dat dat meisje of die jongen ook geïnteresseerd was. En als het misging, kon je daar de volgende dag met niemand over praten. Want er was geen Instagram, facebook of wat dan ook voor social media.

Misschien was vroeger dan toch één ding beter. Je kon een slechte avond tenminste gewoon vergeten, want niemand had er een foto van.

Quote: Of je nu jong bent of oud: een echte Rotterdammer is dol op zijn stad !! 

 

vrijdag 2 oktober 2026

Wachtwoorden, iedereen heeft ze wel !!

Vroeger had je één sleutel. Die hing aan een haakje bij de voordeur en daarmee kwam je binnen. Klaar. Tegenwoordig heb je voor het moderne leven ongeveer het geheugen van een inlichtingendienst nodig. 

Want werkelijk alles heeft tegenwoordig een wachtwoord nodig. Je computer. Je telefoon. Je bank. Je e-mail. Netflix. Facebook. Instagram. Je DigiD. Je energieleverancier. De parkeerapp. De supermarkt. De huisarts. De gemeente. En waarschijnlijk binnenkort ook je koelkast.

Je maakt ergens een account aan en vervolgens verschijnt de vrolijke mededeling: “Kies een sterk wachtwoord.” Dat is meestal het moment waarop je denkt: ik kies gewoon hetzelfde wachtwoord als altijd. Maar dat mag natuurlijk niet. Het moet minimaal twaalf tekens hebben. Een hoofdletter. Een kleine letter. Een cijfer. Een speciaal teken. En bij voorkeur een oud wachtwoord dat je nog nooit eerder hebt gebruikt, maar dat je ook onmogelijk kunt onthouden. Dus wordt Abcd1234! afgewezen. Abcd1234!! ook. En Abcd1234!!! is uiteraard helemaal verdacht.

Maar als je dan eindelijk een wachtwoord hebt bedacht waarvan zelfs de CIA denkt: laat maar zitten, krijg je de volgende mededeling: “U mag uw vorige wachtwoord niet gebruiken.” Maar welk vorig wachtwoord? Geen idee. Je hebt inmiddels 47 wachtwoorden en bij minstens 23 daarvan heb je geen idee meer waarvoor ze eigenlijk waren.

Dus slaan we ze op. In een zogeheten wachtwoordmanager. Die natuurlijk ook een wachtwoord heeft. En dat wachtwoord moet je onthouden. Dat is ongeveer hetzelfde als je huissleutel in een kluis bewaren waarvan de sleutel in je huis ligt.

Je hebt eindelijk je wachtwoord goed. Maar daarmee ben je er nog niet. Dan komt de verificatie. Er wordt een code naar je telefoon gestuurd, waar staat: “Vul de zescijferige code in.” Prima. Je pakt je telefoon. Code kwijt. Dan maar een nieuwe code aanvragen. De nieuwe code komt binnen. Oei, je bent te laat. Je gaat weer een nieuwe code aanvragen. Maar dan komt de oude code alsnog binnen. Je vult die in. Maar dan krijg je de mededeling: “Deze code is verlopen.” Je begint je serieus af te vragen of het systeem misschien gewoon wilt dat je het opgeeft.

En dan is er nog die ultieme beveiliging: “Bent u het echt?” Ja. Ik ben het. Ik probeer al tien minuten bij mijn eigen bankrekening te komen. Want wie zou ik anders zijn? Maar nee. We moeten bewijzen dat we onszelf zijn. Dus krijgen we een sms. Een e-mail. Een app-melding. Een QR-code. Een gezichtsherkenning. En soms moet je zelfs een foto van je paspoort maken. Voor een website waarvan je alleen maar wilde weten hoeveel een nieuwe stofzuiger kost.

Vroeger was het toch vele malen simpeler. Je liep naar de winkel en je zei tegen de verkoper: “Doe mij die maar.” Je betaalde en je ging naar huis. Maar tegenwoordig: Account aanmaken. E-mailadres bevestigen. Wachtwoord bedenken en bevestigen. Een code invoeren. Uiteraard cookies accepteren. Vervolgens je privacy-instellingen aanpassen en de aangeboden nieuwsbrief weigeren. Tot slot de meldingen uitschakelen. Dan voor een laatste keer nog eens inloggen. En uiteindelijk krijg je dan de mededeling: “Uw sessie is verlopen.”

Dan weet je het zeker. Je wilde helemaal geen stofzuiger meer. Je wilde gewoon even rust. Maar het mooiste komt nog. We hebben al die wachtwoorden omdat het allemaal veiliger moet. En dat is natuurlijk ook nodig. Maar ondertussen schrijven we onze wachtwoorden op een briefje. Dat briefje leggen we in de la, vlak naast de opladers en onder de oude batterijen. Met de tekst daarop: “Bank – wachtwoord: …”

En misschien is dat uiteindelijk wel de meest Nederlandse oplossing voor het digitale tijdperk: We vertrouwen de computer niet. Dus schrijven we alles gewoon op. Op papier. Net als vroeger. Misschien moeten we daar dan ook maar eens een wachtwoord voor bedenken. Alleen ben ik bang dat ik het daarna binnen de kortste keren weer vergeet !

Quote: Kies een moeilijk wachtwoord, wat  makkelijk te onthouden is !!


vrijdag 25 september 2026

Service ? Sorry, die is uitverkocht !!

Er zijn van die momenten waarop je een winkel binnenloopt en denkt: ik ben klant, dus waarschijnlijk word ik geholpen. Wat een naïeve gedachte. Service in Nederlandse winkels begint inmiddels verdacht veel te lijken op een zeldzaam natuurverschijnsel. 

Je weet dat het ooit heeft bestaan, maar je moet geluk hebben om het nog ergens tegen te komen. Afgelopen zaterdag gingen wij gezellig winkelen in winkelcentrum de Koperwiek en vielen daar van de ene in de andere verbazing.

Neem de Action. Een winkel waar je voor een paar euro spullen koopt waarvan je vijf minuten geleden nog niet wist dat je ze nodig had. Maar als je iets zoekt, begint soms een geheel nieuwe uitdaging: Vind het product. Ik vroeg een medewerker waar een bepaald artikel lag. “Daar ergens”, zei hij. Waar is daar ergens? Geen idee en weg was hij. Een andere medewerker wist het antwoord wel: “Nee hoor, dat verkopen we niet.” Kijk, dat schiet lekker op. De ene medewerker weet niet waar het ligt en de andere weet zeker dat het niet bestaat. Je begint je dan af te vragen of die twee medewerkers bij hetzelfde bedrijf werkzaam zijn.

Het leek wel of ik bij supermarkt Dirk in mijn eigen wijk was. Blijkbaar kan het soms gewoon niet veel beter. Soms vraag ik ook in die winkel waar een bepaald product ligt en krijg dan altijd een vinger in een willekeurige richting. "Daar ergens". Dat ergens is inmiddels een begrip geworden in de Nederlandse detailhandel.

En dan de horeca. Neem La Place. Geen obscure snackbar op een afgelegen industrieterrein, maar een gerenommeerde horecazaak waarvan je toch mag verwachten dat een kop koffie enigszins als een kop koffie wordt behandeld. Geen ingewikkelde bestelling zoals cappuccino met havermelk, kaneel en drie soorten schuim. Nee, gewoon koffie. Maar zelfs daar lijkt een schoteltje inmiddels een luxeartikel. Een koekje erbij? Blijkbaar een bonus die eerst door de directie moet worden goedgekeurd.

En als je vraagt of het kopje misschien op een dienblad kan worden gebracht, kijkt een medewerker je aan alsof je zojuist hebt gevraagd of hij persoonlijk een Michelinster voor je wil regelen. Een dienblad! Dat is toch geen exotisch apparaat? Het is een plat stuk kunststof of metaal waarop je meerdere dingen kunt vervoeren zonder onderweg de helft over de vloer te laten vallen. Maar goed, misschien is het dienblad tegenwoordig onderdeel van het hogere horeca-management.

Een ander mooi voorbeeld is Nelson Schoenen. Hetzelfde bedrijf, maar een totaal andere ervaring. Wij gaan normaal gesproken altijd naar onze vaste Nelson winkel in Ommoord. Daar komen we al jaren en daar kennen ze inmiddels het begrip klant nog. Je wordt daar netjes geholpen, medewerkers zijn vriendelijk, nemen de tijd en weten waar ze mee bezig zijn. Kortom: geweldige service, zoals het hoort.

Maar deze keer waren we dus toevallig in Capelle en liepen we daar een Nelson binnen. Dat hadden we beter niet kunnen doen. Eerst bijna een half uur wachten voordat er überhaupt iemand aandacht voor ons had. Uiteindelijk werden we geholpen door een jonge medewerker die er zichtbaar niet uitzag alsof hij die dag had gedacht: wat fijn, vandaag mag ik klanten helpen. Mijn vrouw wilde een paar schoenen die ze wel mooi vond in maat 40 passen. De medewerker verdween het magazijn in. 

Na verloop van tijd kwam hij terug. Met maat 39½. Wij zeiden uiteraard dat dit niet de juiste maat was. Maar nee hoor. Hij bleef bij hoog en laag volhouden dat dit maat 40 was. Je kunt natuurlijk moeilijk tegen iemand opboksen die blijkbaar een geheel nieuwe meeteenheid voor schoenmaten heeft uitgevonden. “Dit is maat 40.” “Maar er staat 39½ in.” “Ja, maar dit is maat 40.” Die medewerker was niet te vermurwen.  Op zo'n moment kun je twee dingen doen: een discussie beginnen over elementaire schoenmaten of gewoon vertrekken. Wij kozen maar voor het laatste. Resultaat: weg waren we. En daar zien ze ons voorlopig zeker niet meer terug. Wij gaan gewoon weer naar onze vertrouwde Nelson in Ommoord. Daar weten ze namelijk nog wat klantenservice betekent.

Het meest opvallende vind ik nog niet eens dat sommige medewerkers weinig weten. Dat kan gebeuren. Je kunt iemand moeilijk kwalijk nemen dat hij op zijn eerste werkdag niet weet waar de pindakaas staat. Maar de bereidheid om even te helpen lijkt soms volledig verdwenen. Even meelopen? Nee. Even navragen? Moeilijk. Even iemand erbij halen die het wel weet? Dat lijkt inmiddels een managementbeslissing van drie vergaderingen en twee formulieren te vereisen.

Gelukkig zijn er uitzonderingen. Een winkel waar ik die goede service regelmatig wel herken, is Albert Heijn. Daar merk je vaak dat medewerkers weten wat er van hen wordt verwacht. Je stelt een vraag en iemand onderneemt actie. Ze lopen even mee, zoeken iets op of halen er iemand bij die het antwoord wel weet. En daar zit volgens mij de kern. Het gaat niet uitsluitend om leeftijd. Het gaat om opleiding, instructie, betrokkenheid en vooral de cultuur die het management neerzet.

Als je medewerkers alleen vertelt dat ze vakken moeten vullen, kassa moeten draaien of koffie moeten inschenken, krijg je dat ook. Maar vertel je ze dat achter die boodschappen, dat kopje koffie en dat artikel een klant staat die graag geholpen wil worden, dan ontstaat er iets heel anders: en dat heet service.

En service hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Een glimlach. Een antwoord. Even meelopen. Een schoteltje. Een koekje. Een dienblad. Het zijn geen wereldschokkende prestaties. Maar blijkbaar inmiddels wel een onderscheidend vermogen. Een medewerker kun je niet kwalijk nemen dat hij iets niet weet. Maar je mag hem wel leren dat een klant helpen onderdeel van zijn werk is. Even meelopen. Even navragen. Even iemand erbij halen. Dat zijn geen buitenaardse vaardigheden. En een schoteltje onder een kop koffie leggen is volgens mij ook geen hogere wiskunde !

Uiteindelijk is mijn oplossing tegenwoordig heel eenvoudig. Geen discussie. Geen boze brief. Geen klachtenprocedure van zeven pagina's. Ik draai me om en ga weg. Want als een winkel of horecazaak mij niet als klant behandelt, dan heb ik als klant gelukkig nog één vorm van macht: ik kom gewoon niet meer terug. En voor slechte service hoef ik tegenwoordig gelukkig niets extra's te betalen. Die krijg je er gratis bij.

Quote: Goede service kost niets, slechte service kost klanten !!

vrijdag 18 september 2026

Rotterdam van toen naar nu (2) !!


Hierbij deel 2 uit de trilogie over Rotterdam van toen naar nu ! Rotterdam is in de afgelopen vijftig, zestig jaar veranderd zoals misschien geen enkel andere stad. 

De skyline groeide, oude wijken maakten plaats voor nieuwe, de haven werd moderner en de stad kreeg een veel internationaler karakter. 

Maar niet alleen de stenen veranderden. Ook de mensen, hun gewoonten en de manier waarop we met elkaar omgaan zijn nauwelijks nog te vergelijken met vroeger.

Wie vroeger door een Rotterdamse straat liep, zag regelmatig mensen buiten staan of zitten. Een praatje bij de voordeur, even buurten op een bankje of een gesprek met iemand die je toevallig tegenkwam. Mensen hadden tijd voor elkaar. Je kende je buren en wist vaak wie er verderop in de straat woonde. Gezelligheid ontstond bijna vanzelf.

Tegenwoordig is dat anders. We hebben het druk met werk, afspraken, sport, kinderen, boodschappen en talloze andere bezigheden. Zelfs in een straat met maar een tiental woningen kennen mensen elkaar soms nauwelijks. We leven dicht op elkaar, maar zijn tegelijkertijd verder van elkaar af komen te staan. Het simpele praatje op straat lijkt steeds meer plaats te maken voor een berichtje via WhatsApp, Facebook of een andere sociale app.

Ook de bevolking van Rotterdam is ingrijpend veranderd. Rotterdam was altijd al een stad van mensen die van elders kwamen, maar de afgelopen decennia is de verscheidenheid aan culturen en nationaliteiten enorm toegenomen. Dat heeft de stad veranderd in een kleurrijke en internationale samenleving. Je hoort op straat allerlei talen, maakt kennis met andere gewoonten en vindt inmiddels een enorme verscheidenheid aan winkels, restaurants en producten. Rotterdam is daardoor misschien wel meer dan ooit een wereldstad geworden.

Ook de manier waarop we nieuws tot ons nemen is compleet veranderd. Vroeger keek je uit naar de krant die door de brievenbus viel. Door de week de dagelijkse editie en op zaterdag de uitgebreide zaterdagkrant. Even rustig aan de keukentafel lezen wat er in Rotterdam, Nederland en de wereld was gebeurd.

Nu hebben we 24 uur per dag nieuws binnen handbereik. Via onze smartphone krijgen we berichten, nieuwsapps, websites, filmpjes en meldingen. Nieuws hoeft niet meer op een vast tijdstip te komen; het komt voortdurend op ons af. Soms lijkt het zelfs alsof we meer informatie krijgen dan we ooit kunnen verwerken.

En ja, dan die telefoon. Ooit stond er thuis een zwaar toestel met een snoer. Nu hebben we dus een handzaam apparaatje dat we bijna overal mee naartoe nemen. We bellen ermee, maar dat is inmiddels misschien wel een van de minst gebruikte functies. We maken foto's en video's, luisteren muziek, bekijken het nieuws, betalen rekeningen, doen boodschappen, volgen onze route met navigatie, houden contact met familie en vrienden, bestellen tickets, regelen afspraken en onderhouden onze sociale contacten. Maar gelukkig, met zo'n smartphone kun je dus nog bellen ook!

Ook winkelen is veranderd. Vroeger was de vrije zaterdag het moment om de stad in te gaan. Gezellig langs de winkels, kijken, vergelijken en uiteindelijk met volle tassen naar huis. Tegenwoordig bestellen we een groot deel van onze spullen gewoon online. Geen gesjouw meer met zware dozen of tassen. Vanuit je luie stoel bestellen en vervolgens wachten tot de bezorgdienst aanbelt. Soms zelfs op een tijdstip dat je zelf hebt uitgekozen.

En zo zijn er nog talloze verschillen. We betalen steeds minder met contant geld, foto's worden niet meer in een fotoalbum geplakt maar in de cloud opgeslagen en een brief schrijven heeft plaatsgemaakt voor een e-mail of een appje. Zelfs de televisie is veranderd: vroeger bepaalde de omroep wat er 's avonds op het scherm kwam, nu bepaalt iedereen grotendeels zelf wanneer en wat hij kijkt.

We leven in een wereld waarin bijna alles sneller, gemakkelijker en bereikbaarder is geworden. Maar misschien is gemak niet hetzelfde als geluk. Want terwijl Rotterdam groter, moderner en internationaler werd, lijkt er soms iets kleins verloren te zijn gegaan: tijd voor elkaar. Het praatje op straat, de bekende buurman, of even bij iemand binnenlopen zonder afspraak.

Dus als we terugkijken van Rotterdam van toen, naar Rotterdam van nu, blijft uiteindelijk één vraag over: Was het vroeger nu echt beter? Of zijn we vooral vergeten hoe waardevol sommige eenvoudige dingen waren?

Quote: Of je nu 7 of 70  bent, Rotterdam is voor jong en oud een stad waar je van houd !!


vrijdag 11 september 2026

Invoering betaald parkeren in (bijna) heel Rotterdam !!

Het wordt in onze geweldig mooie stad toch steeds zotter door het voorgestelde beleid van die nieuwe coalitie in de gemeenteraad.

Rotterdam gaat op de schop: de bedoeling is om voortaan ook voor de parkeerplek die er gewoon wél is te gaan betalen. De gemeente wil namelijk betaald parkeren uitbreiden naar vrijwel heel Rotterdam. De officiële reden? De parkeerdruk. En dat is wel een heel  bijzondere redenering. 

Want buiten de Ring (dus buiten het Centrum en de aanpalende wijken) staat de parkeerdruk helemaal niet tot aan de hemel. Integendeel: er zijn genoeg straten waar je zonder rondjes te rijden gewoon een plek vindt en dus zonder problemen je autootje kan parkeren.

Maar geen nood: als het parkeerprobleem niet groot genoeg is, kun je er altijd nog een betalingsprobleem van maken. En daar zit vermoedelijk de echte logica van deze drama coalitie. De Rotterdammer krijgt er namelijk een nieuwe gemeentelijke abonnementendienst bij: Parkeren Plus. Niet omdat de parkeerplaats schaarser wordt, maar omdat de gemeentekas kennelijk wat extra vulling kan gebruiken.

Want laten we eerlijk zijn: Rotterdam heeft de afgelopen jaren te maken gehad met forse financiële tegenvallers en overschrijdingen, dit is algemeen bekend. En als de rekening daarvan ergens moet landen, is de Rotterdammer natuurlijk een buitengewoon handige kandidaat om dit te bekostigen. Onze gemeente hanteert blijkbaar als uitgangspunt om eerst geld uit te geven, daarna parkeerplaatsen belasten om het gat te dichten.

Het wordt helemaal mooi als de gemeente vervolgens zegt dat betaald parkeren vooral bedoeld is om de parkeerdruk te verminderen. Dan is het eigenlijk heel simpel: waar geen parkeerdruk is, hoeft ook geen parkeerprobleem opgelost te worden.

Maar blijkbaar geldt in het huidige Rotterdamse beleid een andere rekensom: Geen parkeerdruk? Geen probleem. Geen probleem? Dan maken we er een betaald probleem van. En een betaald probleem levert geld op.

Misschien moeten we het daarom niet langer parkeerbeleid noemen. Noem het gewoon wat het in de praktijk dreigt te worden: De Rotterdamse gemeentelijke geldautomaat — met de auto als betaalpas. En de Rotterdammer? Die mag parkeren, betalen én vooral niet vragen waarom.

Quote: Betaald parkeren: lost veelal geen probleem op , maar spekt wel de gemeentekas!! 

vrijdag 4 september 2026

150 blogs verder !! Wie had dat ooit gedacht ?

Sommige mensen verzamelen postzegels. Anderen verzamelen bierviltjes, modeltreinen of nutteloze spullen waarvan ze bij het opruimen zeggen: “Gooi maar weg.” Maar ik verzamel blogs. En inmiddels heb ik er 150.

Jawel… honderdvijftig! Een aantal waar je toch even van moet bijkomen. Niet alleen omdat het er zoveel zijn, maar vooral omdat ik me afvraag hoe het mogelijk is dat ik na 150 blogs nog steeds onderwerpen weet te verzinnen waarover ik iets te melden heb. Blijkbaar zit er in mijn hoofd een soort eindeloze voorraadkast. Alleen ontbreekt daar de houdbaarheidsdatum.

En het mooie is: ik heb ze niet allemaal in één ruk geschreven. Rond 2010 begon ik er ooit voorzichtig mee. Dat leverde toen ongeveer twintig blogs op. Daarna kwam het grote niets. Waarschijnlijk had ik toen even niets meer te zeggen. Of niemand zat erop te wachten. Dat kan natuurlijk ook.

Eind 2023, na mijn pensionering, heb ik de draad weer opgepakt. Pensioen bleek namelijk niet alleen te betekenen dat de wekker niet meer afgaat, maar ook dat je opeens zeeën van tijd hebt. En voor je het weet zit je achter je computer te denken: “Wat zal ik vandaag eens opschrijven?”

En daar ging het mis. Want één blog werd twee blogs, twee werden tien en voor ik het wist zat ik op 50. Daarna 100. En nu dus 150. Een mens kan blijkbaar behoorlijk veel onzin produceren als hij eenmaal met pensioen is.

Maar eerlijk is eerlijk: het is vooral een ontzettend leuk tijdverdrijf geworden. En juist de afwisseling maakt het leuk. Het ene moment schrijf ik over actuele zaken, waarbij ik mij soms afvraag waarom anderen het zichzelf zo moeilijk maken. Vervolgens duik ik in het Rotterdam van toen en nu. Want laten we eerlijk zijn: vroeger was niet alles beter, maar sommige dingen waren wel een stuk leuker.

Daarna kan het zomaar weer over een grappig onderwerp gaan, een herinnering uit vervlogen tijden of iets waar ik mezelf tijdens het schrijven afvraag: “Waarom schrijf ik dit eigenlijk op?” Het antwoord is meestal simpel: omdat ik het leuk vind.

De onderwerpen variëren van serieus tot humoristisch, van scherp tot nostalgisch en van “hier moeten we het eens over hebben” tot “ach, laten we er maar om lachen.” En misschien is dat ook wel de charme van deze blogs. Je weet nooit precies wat je krijgt. Een beetje zoals een verrassingspakket, maar dan zonder dat je ervoor hoeft te betalen.

Nu ik bij nummer 150 ben aangekomen, ontstaat er echter een serieus probleem. Wat nu? Moet ik stoppen op het hoogtepunt? Gewoon netjes 150 afleveringen en dan de stekker eruit? Dat zou natuurlijk heel verstandig zijn. Maar sinds wanneer doe ik verstandige dingen?

Dus leg ik de vraag maar bij jullie neer. Lezen jullie mijn blogs nog steeds met plezier? Hebben jullie er soms iets aan, herkennen jullie er iets in, moeten jullie erom lachen of ergeren jullie zich er juist heerlijk aan? En misschien wel de belangrijkste vraag: Zal ik gewoon beginnen aan de volgende 150? Dus hoe meer likes , hoe groter mijn motivatie. En delen mag uiteraard ook !!

Want als ik verder ga met bloggen, dan zijn we over een paar jaar bij nummer 300. En tegen die tijd ben ik waarschijnlijk zo oud dat ik mijn eigen blogs teruglees en denk: “Wie was die man eigenlijk die dit allemaal geschreven heeft?”

Gelukkig weet ik dan nog één ding zeker: Hij had in ieder geval tijd genoeg.

Quote: Het aardige van schrijven is, dat je het nooit echt leert !!

vrijdag 28 augustus 2026

Zomer, heerlijk op vakantie naar de zon !!

Het is inmiddels eind augustus, dus de zomer loopt zo zoetjesaan op zijn einde. Maar het kan nog even. Op vakantie gaan naar de zon. Nog niet zo gek lang geleden gingen we goed gehumeurd en zonder kopzorgen met vakantie. 

Tegenwoordig ziet de wereld er wel wat anders uit en investeren we in twee weken zonlicht onder een berg aan allerlei aanvullende en soms volstrekt belachelijke voorwaarden. 

Zo'n vakantie tegenwoordig is namelijk nogal een financiële uitdaging geworden. Je denkt: we gaan lekker twee weken naar een zonnig oord. Even helemaal niets en lekker genieten.  All inclusive, dus dan weet je tenminste waar je financieel aan toe bent.

Maar dat is heden ten dage een gevaarlijke gedachte. Je begint met een appartementje. Twee weken, lekker all inclusive dus. Je kijkt naar de prijs en denkt, nou dat is best pittig, maar gelukkig blijkt de prijs voor twee personen te zijn. Je haalt opgelucht adem. Tot je verder klikt. Want dan begint het echte vakantieavontuur.

En dan komt het. De koffer kost extra. Handbagage kost extra. Een klein tasje dat vroeger gewoon onder je stoel mocht, blijkt tegenwoordig een bijna illegaal object als het één centimeter te groot is. Wil je naast elkaar zitten? Extra betalen. Wil je iets meer beenruimte? Extra betalen. Wil je bij het inchecken niet het gevoel krijgen dat je met vee wordt vervoerd? Waarschijnlijk ook extra betalen. Je begint je af te vragen of je eigenlijk nog wel een vliegticket hebt gekocht, of een soort abonnement op toeslagen.

En dan moet je nog naar Schiphol. Met de auto, want je hebt natuurlijk koffers bij je. Parkeren op Schiphol is inmiddels ongeveer alsof je een kleine garagebox huurt in het centrum van Amsterdam. Na twee weken parkeren heb je het gevoel dat je auto niet alleen op vakantie is geweest, maar daar een hypotheek heeft afgesloten.

Dan eindelijk het vliegtuig in. Je hebt inmiddels voor de vlucht, de koffers, de handbagage, de stoelen en het parkeren zoveel betaald dat je bij het opstijgen denkt: nu moet het ook wel echt fantastisch worden. En daar ga je dan. Twee weken naar de zon. All inclusive. Nou ja… bijna.

Want het ene restaurant blijkt niet inclusief. Voor een bepaald drankje moet je bijbetalen. Een bedje op een bepaalde plek kost extra. De kluis kost extra. Wifi kost extra. En als je ergens een rustig hoekje wilt vinden zonder muziek die al om tien uur 's morgens klinkt alsof je per ongeluk op een festivalterrein bent beland, moet je waarschijnlijk nog een toeslag verwachten.

Toch blijf je positief. Je hebt tenslotte vakantie. Overdag lig je aan het zwembad en probeer je je niet druk te maken over wat dit allemaal kost. Je bestelt een drankje en denkt: dat zit erbij. Tot je bij thuiskomst je bankrekening gaat bekijken. Dan blijkt dat de vakantie nog niet voorbij is met die stevig uitgedunde bankrekening van je.

Want er waren natuurlijk ook nog de transfer, de excursie, het terrasje buiten het resort, af en toe een ijsje en een foto die je helemaal niet wilde maar waarvoor je toch vriendelijk glimlachte en natuurlijk de souvenirs waar je geen nee tegen kon zeggen. En dan komt het mooiste moment. Je bent eindelijk weer thuis. Je eigen bed voelt heerlijk. Je eigen koffie smaakt beter. De supermarkt lijkt opeens verrassend goedkoop. En als je de eerste was draait, ontdek je dat er nog een heleboel zand uit je koffer komt.

Je kijkt met plezier naar de vakantiefoto's. Mooie blauwe lucht. Prachtig zwembad. Palmbomen. Geweldige zonsondergang. En je denkt: "Het was eigenlijk best leuk." Maar daarna kijk je nog een keer naar je bankrekening. En dan denk je: "Voor dat geld had ik ook gewoon een compleet nieuwe inrichting voor mijn huis kunnen aanschaffen, inclusief de aanleg van een schitterend mooie tuin voorzien van relax ligbedden en een opblaaszwembad waar ik de hele zomer gebruik van had kunnen maken. 

Het bijzondere is bovendien dat een vakantie van twee weken vooraf altijd veel langer lijkt dan het achteraf blijkt te zijn. Voor vertrek tel je de dagen af. Maar voor je het weet ben je zo weer thuis. Ok, toegegeven, het weer was prachtig en je bent lekker bruin gekleurd, maar uiteindelijk wel in de wetenschap dat je een enorm grote financiële kater heb opgelopen.

Quote: Een zonvakantie, bruin van de zon, maar bleek van de rekening !!

dinsdag 25 augustus 2026

Dolly Parton - Een icoon neemt afscheid !!

Sommige mensen zijn meer dan alleen een zangeres, acteur of entertainer. Ze worden een begrip. Een naam die eigenlijk geen verdere uitleg nodig heeft. Dolly Parton was zo iemand. En deze week moesten we afscheid nemen van een icoon.

Dolly Parton is op 80-jarige leeftijd overleden. Ze was al enige tijd met gezondheidsproblemen aan het worstelen en had de afgelopen periode noodgedwongen wat gas terug moeten nemen. Maar eerlijk gezegd: bij Dolly Parton leek het altijd alsof ze onverwoestbaar was. Alsof die enorme blonde haardos, die glimlach en die sprankelende persoonlijkheid haar eeuwig jong zouden houden. Helaas blijkt ook voor Dolly dat het leven uiteindelijk een eindstreep kent.

Wie Dolly Parton zegt, zegt countrymuziek. Maar eigenlijk deed ze veel meer dan dat. Met haar herkenbare, hoge en soms bijna breekbare stem wist ze miljoenen mensen te raken. Ze schreef duizenden nummers en scoorde talloze hits. ‘Jolene’, ‘9 to 5’, ‘Coat of Many Colors’ en natuurlijk ‘I Will Always Love You’ behoren inmiddels tot het muzikale erfgoed. Dat laatste nummer werd door Whitney Houston opnieuw een wereldhit, maar het lied bleef in de eerste plaats een creatie van Dolly zelf.

En dan was er haar uiterlijk. Die enorme blonde haren, de glitter, de strakke kleding, de opvallende make-up en natuurlijk haar bepaald niet bescheiden boezem. Dolly maakte er geen geheim van en kon er zelf hartelijk om lachen. Ze wist precies hoe ze eruit wilde zien en maakte van haar uiterlijk een handelsmerk. Glitter en glamour waren bij Dolly nooit zomaar ijdelheid; het was onderdeel van het sprookje van een meisje uit een arm gezin uit Tennessee dat uiteindelijk uitgroeide tot een wereldster.

Maar wie alleen de pruik, de glitter en de grote persoonlijkheid zag, miste misschien wel het belangrijkste aan Dolly. Ze was namelijk vooral een geweldige songwriter, een slimme zakenvrouw en een bijzonder warm mens. Ze richtte onder andere Dollywood op en zette zich jarenlang in voor kinderen en onderwijs. Met haar Imagination Library werden wereldwijd honderden miljoenen boeken beschikbaar gesteld aan kinderen. Ook tijdens de coronapandemie liet ze haar maatschappelijke betrokkenheid zien.

En alsof muziek en liefdadigheid nog niet genoeg waren, werd Dolly ook een geliefde filmster. Wie haar zag in 9 to 5 naast Jane Fonda en Lily Tomlin, of in Steel Magnolias, ontdekte dat ze niet alleen kon zingen, maar ook over een flinke dosis humor en acteertalent beschikte.

Dolly Parton was eigenlijk een merkwaardige combinatie van tegenstellingen: uitbundig maar bescheiden, glitterend maar oprecht, commercieel succesvol maar buitengewoon gul. Ze kon zichzelf geweldig presenteren, maar vergat nooit waar ze vandaan kwam.

Meer dan honderd miljoen verkochte platen, duizenden geschreven liedjes, films, televisie, Dollywood, talloze onderscheidingen en generaties fans. Het is een nalatenschap waar maar weinig artiesten aan kunnen tippen. Maar uiteindelijk zijn het niet de cijfers die we zullen onthouden.

We zullen ons haar stem herinneren. Haar lach. Haar eeuwige optimisme. Haar blonde haar dat waarschijnlijk vanuit de ruimte nog zichtbaar is. En natuurlijk die onmiskenbare Dolly Parton-uitstraling. Met haar overlijden verliezen we niet zomaar een countryzangeres. We verliezen een icoon.

Een vrouw die vanuit een eenvoudig bestaan in Tennessee uitgroeide tot een wereldster, zonder haar warmte en humor te verliezen. Dolly, bedankt voor de muziek, de films, de lach en de vele herinneringen. En misschien is er ergens hierboven inmiddels wel een podium vrijgemaakt. Met een flinke hoeveelheid glitter uiteraard.

I will always love you, Dolly.

Quote: "Een mooie glimlach is een prachtige aanwinst, maar een goed hart is puur goud".

donderdag 20 augustus 2026

Gratis OV voor ouderen. Helaas, bijna verleden tijd!!

Rotterdam wil vaart maken. Dat staat tenminste in het nieuwe coalitieakkoord. En inderdaad: de nieuwe coalitie van PRO, VVD, D66, CDA en Volt heeft er flink de vaart in. Zo snel zelfs dat duizenden Rotterdamse ouderen straks hun gratis openbaar vervoer mogen inleveren.

De besparing? 3,3 miljoen euro per jaar. Dat klinkt als een hoop geld. Tot je beseft wat ervoor wordt ingeleverd: zelfstandigheid, sociale contacten, winkelbezoek, vrijwilligerswerk, familiebezoek en simpelweg de mogelijkheid om de deur uit te gaan. De Rotterdamse ombudsman waarschuwt niet voor niets dat mobiliteit voor veel mensen een voorwaarde is om mee te doen aan de samenleving.

Maar ach, denken die spreekwoordelijke "koekenbakkers" in de huidige coalitie waarschijnlijk. Die ouderen hebben toch alle tijd? Precies daar zit de humor van deze bezuiniging. Want wie weinig inkomen heeft, gaat straks rekenen: Ga ik vandaag naar mijn dochter in Ommoord, of bewaar ik mijn geld voor de boodschappen? Een kop koffie bij een oude vriend wordt ineens een financiële beslissing. En een bezoekje aan de markt krijgt bijna de status van een buitenlandse vakantie.

Deze coalitie wil voor de laagste inkomensgroep een deel van de pijn verzachten door het AOW-tegoed met €190 per jaar te verhogen. Dat klinkt aardig, maar €190 is ongeveer €3,65 per week. Afhankelijk hoeveel de ouderen per week en voor welke afstand men van het OV gebruik maakt, kunnen de echte kosten variëren tussen dik €600 en €1,200 op jaarbasis.  Hoe durft men dus met droge ogen dit als pleister op de wond aan te bieden. Ze moeten zich doodschamen. Voor dat schamele bedrag koop je geen onbeperkte mobiliteit. Zeker niet als je puur afhankelijk bent van bus, tram en metro.

En dan is er nog een groep waar nauwelijks over wordt gesproken: de ouderen die net boven de inkomensgrens zitten. Te rijk voor ondersteuning, maar bepaald niet rijk genoeg om vrolijk iedere OV-rekening te betalen. Die mogen straks dus vooral dankbaar zijn dat ze volgens de computer net even te veel verdienen.

De nieuwe realiteit is simpel. Wie minder gaat reizen, ziet minder mensen. Minder familie. Minder vrienden. Minder activiteiten. Minder vrijwilligerswerk. Minder winkels. En uiteindelijk misschien minder reden om überhaupt de deur uit te gaan. Dat heet met een mooi woord: sociaal isolement. En daar betalen we vervolgens als samenleving weer de rekening voor.

Ook de Rotterdamse middenstand zal de rekening krijgen. De ouderen die vroeger even met de metro of tram naar het winkelcentrum gingen, kopen nu misschien helemaal niets meer. Geen kop koffie, geen broodje, geen tijdschrift, geen cadeautje. Gratis OV was niet alleen een cadeautje aan ouderen; het was ook een manier om geld de stad in te laten rollen.

En dan hebben we het nog niet eens over mantelzorg. Over de oudere Rotterdammer die naar een partner, kind of kleinkind reist. Over vrijwilligers die zich inzetten in hun wijk. Over mensen die naar een ziekenhuis, huisarts of andere afspraak moeten.

Mobiliteit is geen luxeproduct zoals een elektrische step of een hippe koffiemachine. Mobiliteit is vrijheid. Ironisch genoeg wordt Rotterdam steeds meer geconfronteerd met het probleem dat mensen de auto moeten laten staan en het OV moeten gebruiken. We willen minder auto's, minder files en een leefbare stad. Maar tegelijkertijd zeggen we tegen ouderen: prima hoor, pak vooral het openbaar vervoer… maar vanaf nu wel even betalen.

De gemeenteraad heeft voorstellen om het gratis OV voor ouderen met een laag inkomen te behouden inmiddels verworpen. Tegelijkertijd is de wethouder gevraagd te laten berekenen wat volledig gratis OV voor de doelgroep van het AOW-tegoed zou kosten.

Misschien moeten we daarom eens ophouden met alleen naar de 3,3 miljoen euro besparing te kijken. Want wat kost eenzaamheid? Wat kost minder winkelomzet? Wat kost minder vrijwilligerswerk? Wat kost vereenzaming, afhankelijkheid en verlies van zelfstandigheid? 

En misschien de belangrijkste vraag: Wat kost het om mensen die Rotterdam groot hebben gemaakt, vervolgens te vertellen dat ze beter thuis kunnen blijven omdat een ritje met de metro te duur wordt? Maar daar denken die bestuurlijke prutsers aan de Coolsingel helaas niet aan. 

Rotterdam wil vaart maken. Prima. Maar laten we dan wel zorgen dat onze ouderen mee kunnen rijden.

Quote: Afschaffen van gratis OV voor ouderen, is afschaffen van vrijheid en mobiliteit !!

vrijdag 14 augustus 2026

Rotterdam, van toen naar nu !! (1)

Rotterdam is een stad die voortdurend verandert. Wie vandaag door de stad loopt, ziet moderne woontorens, hippe koffietentjes, glimmende winkels en gebouwen waarvan je soms denkt: wie heeft dit bedacht en waarom staat het hier?

Maar vraag een oudere Rotterdammer wat er vroeger was en je krijgt een heel ander verhaal. Dan komen de herinneringen vanzelf. Want Rotterdam heeft niet alleen gebouwen verloren, maar ook gewoontes, geluiden, geuren en plekken die onderdeel waren van het dagelijks leven.

En laten we eerlijk zijn: vroeger was niet alles beter. Maar toch… sommige dingen missen we. Wie kent nog de kleine buurtwinkeltjes waar de eigenaar je naam kende en soms zelfs wist wat je kwam halen voordat je iets had gezegd? Tegenwoordig hebben we grote supermarkten met zelfscankassa's. Je komt binnen als klant en vertrekt als verdachte, nadat je drie keer hebt moeten bewijzen dat je dat pak melk toch echt hebt betaald.

Rotterdam had ooit bioscopen met namen en prachtige interieurs die je bijbleven. Een avondje naar de film was echt een uitje. Tegenwoordig heb je enorme bioscoopcomplexen met tientallen zalen, comfortabele stoelen en popcorn waar je ongeveer een tweede hypotheek voor moet afsluiten. Maar die oude bioscoop had iets bijzonders. Je ging niet alleen naar een film. Nee, je ging naar de bioscoop.

Ook de karakteristieke oude trams zijn verdwenen. Dat waren geen stille voertuigen, maar trams die bij iedere hobbel duidelijk lieten weten dat ze daar moeite mee hadden. Ze rammelden, piepten en maakten bij het optrekken zoveel lawaai dat je wist: ja hoor, daar komt de tram. Tegenwoordig zijn ze comfortabeler en moderner. Maar soms mis je gewoon dat vertrouwde gerammel en die oude vertrouwde conducteur aan boord.

Het grootste verdwenen stukje Rotterdam is misschien wel de haven zoals die vroeger in het hart van Rotterdam aanwezig was. Schepen, kades, pakhuizen, hijskranen en havenarbeiders bepaalden het beeld. De haven was niet alleen een economische motor, maar onderdeel van het straatbeeld en het karakter van de stad. Tegenwoordig is de haven grotendeels naar het westen verhuisd. Begrijpelijk en noodzakelijk, maar daardoor is Rotterdam voor een deel zijn oude rauwe havenkarakter kwijtgeraakt.

En vroeger kende je eigenlijk zo beetje al je buren. Kinderen speelden buiten. Je wist wie er drie deuren verder woonde en wie er altijd te laat zijn vuilnis buiten zette. Nu kun je twintig jaar naast iemand wonen zonder ooit meer te weten dan zijn achternaam wat op het naambordje van de woning staat.

Verder hebben we tegenwoordig ook WhatsAppgroepen voor de buurt. Dat is misschien de moderne versie van op straat staan en even lekker bijkletsen. Alleen jammer dat de eerste berichten meestal gaan over een verkeerd geparkeerde auto of een pakje wat niet door de postbode is afgeleverd.

En dan: de Rotterdammers zelf. Want uiteindelijk gaat heimwee niet alleen over gebouwen. Het gaat over mensen. Over de Rotterdammer met die ouderwets volkse mentaliteit. Soms rauw in de bek , maar wel met een hart van goud, die altijd bereid was om je te helpen als er iets bij je kapot was gegaan.  Maar ook de gezellige koffie middagen van de dames waar alle roddels werden uitgewisseld. Dit tussen de dagelijkse verplichtingen door, zoals het huishouden, de boodschappen doen, wassen , strijken en het eten bereiden voor manlief en de kids. Gelukkig zijn jaren geleden de rollen en taken binnen een relatie wel meer in balans gebracht en is de ouderwetse stelling dat "de vrouw achter het aanrecht hoort" al lang verleden tijd, inclusief de al jaren geleden acceptatie van homoseksuele relaties. Veel kenmerken van die "oude Rotterdammer" zijn dus zeker verdwenen, maar gelukkig niet alles.

Want Rotterdam verandert inderdaad voortdurend, maar één ding blijft opvallend hetzelfde: Rotterdammers, met welke achtergrond dan ook, hebben namelijk altijd een mening over hun stad. En misschien is dat wel het mooiste Rotterdamse monument van allemaal.

Of, zoals een echte Rotterdammer het zou zeggen: “Vroeger was alles beter… maar toen wisten we dat nog niet.”

Quote: Rotterdam is veranderd, maar de herinneringen aan vroeger blijven bestaan !!

vrijdag 7 augustus 2026

Hardrock: Pokkeherrie of pure passie ?

Vraag aan tien mensen wat hardrock is en je krijgt op zeker minimaal twaalf verschillende antwoorden. Voor de één is het pure muziekbeleving, voor de ander nostalgie, en voor weer een ander de ideale manier om alle stress van de dag eruit te schudden. Maar vraag het aan iemand die niets met het genre heeft en de reactie luidt vaak: "Zet die pokkeherrie eens zachter!"

En eerlijk is eerlijk… allebei hebben ze een beetje gelijk.

Hardrock ontstond eind jaren zestig uit de bluesrock en rock-'n-roll. Bands als Deep Purple, Led Zeppelin en Black Sabbath legden de basis voor een muziekstijl waarin stevige gitaarriffs, krachtige zang en een strakke ritmesectie centraal stonden. In de jaren zeventig en tachtig groeide het genre uit tot een wereldwijd fenomeen met bands als AC/DC, Scorpions, Iron Maiden, Judas Priest, Def Leppard, Whitesnake, Saxon en Motörhead.

Opvallend is dat veel van deze bands vandaag de dag, ruim veertig tot zelfs zestig jaar later, nog steeds optreden. De Scorpions bestaan inmiddels meer dan zestig jaar en ook Deep Purple, AC/DC en Iron Maiden trekken nog altijd volle zalen. Dat zegt iets over de tijdloosheid van hun muziek.

Wie denkt dat hardrock alleen maar uit herrie bestaat, heeft waarschijnlijk nooit echt geluisterd. Natuurlijk klinken de gitaren stevig, behandelt de drummer zijn drumstel alsof het hem persoonlijk heeft beledigd en haalt de zanger noten waar zelfs de rookmelders van schrik van afgaan. Maar achter al dat geweld schuilen vaak verrassend sterke melodieën en uitstekende muzikanten. Veel gitaristen worden zelfs beschouwd als de absolute top van de rockmuziek.

En dan de zang. Sommige zangers halen moeiteloos noten waarvan je je afvraagt of de ramen het wel overleven. Toch zingen duizenden fans woord voor woord mee, vaak nog zuiver ook.

Voor buitenstaanders blijft het soms een raadsel. Een hardrockliefhebber hoort een fantastische gitaarsolo, terwijl de buurman zich afvraagt of er ergens een betonboor door de muur gaat. Een moeder roept naar boven: "Moet dat nou zo hard?" Waarop haar zoon antwoordt: "Hij staat pas op drie!" En vader? Die moppert gezellig mee… totdat "Highway to Hell" uit de speakers knalt. Ineens blijkt hij de hele tekst uit zijn hoofd te kennen.

Wat hardrockfans vaak met elkaar gemeen hebben, is de sfeer. Op een concert zie je jongeren naast pensionado's, motorrijders naast accountants en studenten naast opa's die de muziek al luisteren sinds de tijd van de lp. Iedereen zingt dezelfde nummers mee en voor een paar uur vallen leeftijd, beroep en afkomst helemaal weg.

Ook een nieuwe generatie ontdekt de muziek steeds vaker. Via festivals, streamingdiensten of gewoon omdat vader of moeder thuis nog altijd vindt dat de dag pas echt begint zodra Angus Young de eerste akkoorden inzet. Sommige kinderen kennen "Highway to Hell" eerder dan het Wilhelmus. Daar kun je van alles van vinden, maar het refrein zit wel meteen in je hoofd.

Is hardrock dan pokkeherrie? Voor sommigen absoluut. Voor de fans is het vooral passie, energie en vakmanschap. Muziek die al tientallen jaren generaties met elkaar verbindt en nog altijd volle concertzalen trekt.

En voor mij, nou ik heb een brede belangstelling voor muziek, dus ook voor sommige hardrock bands. Dus eerlijk is eerlijk: als ik plots een waanzinnig goed nummer hoor en ongemerkt met mijn voet begin mee te tikken, stiekem een luchtgitaar pak en de buren op de muur beginnen te bonken, dan staat de volumeknop waarschijnlijk precies goed.

Quote: Hardrock, de mooiste pokkeherrie die ooit gemaakt is !!

vrijdag 31 juli 2026

Van 1975 naar 2025: 50 jaar later..... !!


Hoewel de kalender inmiddels 2026 aanwijst, kijk ik in deze blog met een gezonde dosis zelfspot terug op de bijzondere periode van 1975 tot 2025. Vijftig jaar. Precies een halve eeuw vol veranderingen. 

In 1975 was ik jong, onbezonnen, leerde mijn huidige vrouw kennen en vond ik een nacht overslaan volstrekt normaal. Als iemand toen had gezegd dat ik vijftig jaar later enthousiast zou praten over een goede bloeddruk, een nieuwe heup en de kwaliteit van steunzolen, had ik hem vriendelijk doch dringend verzocht even normaal te doen.

In 1975 vloog ik de trap op, vaak twee treden tegelijk. Tegenwoordig blijf ik onderaan eerst even staan om te bedenken wat ik boven eigenlijk moest doen. Eenmaal boven aangekomen ben ik dat meestal vergeten. 

Mijn lichaam was toen een perfect afgestelde sportwagen. Nu lijkt het meer op een klassieker: prachtig om te zien hoor, maar hij heeft wat meer onderhoud nodig. Knieën kraken alsof er een zak chips wordt leeggeknepen, de rug protesteert bij het aantrekken van sokken en opstaan uit een stoel gaat bijna automatisch gepaard met een diepe zucht. Vroeger maakten alleen opa's dat geluid. Nu blijkt dat ik inmiddels aardig dicht in de buurt van die opa te zijn aangeland. 

Om nog even verder te gaan. In 1975 sprong ik zonder warming-up op de fiets voor een tocht van vijftig kilometer. Daarna voetbalde ik nog een potje en ging 's avonds vrolijk stappen. En de volgende ochtend stond er een hardlooptraining van dik 15 km op het programma. In 2025 bekijk ik eerst de weersverwachting, de windkracht en de temperatuur voordat ik besluit om een potje tennis met andere gepensioneerden te gaan spelen.

En dan die kwaaltjes. Vroeger wist je nauwelijks waar je knieën zaten. Tegenwoordig ken ik elk gewricht persoonlijk. Mijn agenda staat niet alleen vol met verjaardagen, maar ook met afspraken bij de huisarts, fysiotherapeut, tandarts, opticien en af en toe een bezoekje aan de één of andere specialist. Als ik een week geen medische afspraak heb, dan vraag ik mij bijna af of er iets mis is. Wellicht ook herkenbaar voor iemand van jullie ? 

Ook mijn uiterlijk heeft een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt. In 1975 had ik een gladde huid en een volle bos haar. De kapper vroeg toen of hij het wat mocht uitdunnen. Als ik nu eens bij toeval bij de kapper kom, dan vraagt hij glimlachend waar al dat haar gebleven is. Maar laten we eerlijk zijn, dat zullen veel mannen van mijn leeftijd ook wel meemaken.

Tenslotte heeft mijn gezicht inmiddels een compleet netwerk van rimpels opgebouwd. Elke rimpel vertelt een verhaal. Het enige probleem is dat ik me niet altijd meer herinner welk verhaal bij welke rimpel hoort.

Maar gelukkig is er in ons huis één grote uitzondering op de tand des tijds. Mijn vrouw lijkt stiekem een abonnement op eeuwige jeugd te hebben afgesloten. Terwijl ik langzaam verander in een vriendelijke kruising tussen een gepensioneerde zeekapitein en een walrus, blijft zij er opvallend jeugdig uitzien. Ik heb haar geheim overal gezocht: in de badkamer, in haar make-up tas en zelfs in de vriezer. Niets gevonden. Ik begin serieus te vermoeden dat er ergens op de bovenste verdieping van ons huis een portret hangt dat namens haar ouder wordt.

Toch zit het grootste verschil niet in onze knieën of ons haar, maar tussen onze oren. In 1975 dachten we alles te weten en gingen we de wereld veranderen. In 2025 weten we vooral hoeveel we toen eigenlijk nog niet wisten. Nu we wat ouder zijn geworden, maken we ons minder druk om onbelangrijke zaken, kunnen beter relativeren en genieten veel meer van de gewone dingen.

Wij zijn tenslotte de generatie die cassettebandjes terugspoelde met een potlood, telefoons met een draaischijf gebruikte, zonder navigatie heel Europa doorkruiste en gewoon bij iemand aanbelde zonder eerst een appje te sturen. En wonder boven wonder: iedereen was gewoon thuis.

Dus ja, ik heb zojuist mijn persoonlijke situatie een beetje erg aangedikt en wat overdreven, maar niet te ontkennen valt dat ik met mijn bijna 70 jaar, inderdaad wat langzamer ben geworden, geen haar meer op mijn hoofd heb, wat meer rimpels heb en zo af en toe last van een kwaaltje heb waarvan de naam langer is dan de behandeling. Ik kan er in ieder geval met humor over schrijven en ongetwijfeld zullen er lezers zijn die dit beeld ook herkennen. 

Voorts nog een andere verandering die ik graag wil benoemen. Ik ben uiteraard altijd voor mijn dochter haar steun en toeverlaat geweest en ze kon altijd terecht voor elk advies en ondersteuning voor wat dan ook. Nu ik ouder ben geworden en zij inmiddels een schitterende volwassen jongedame is, in bezit van een geweldige baan en prima stel hersens, neemt ze op natuurlijke wijze de rol die ik jarenlang voor haar vervuld heb , inmiddels al in vele gevallen over. Hoe mooi is dat om dit te mogen ervaren!

Tenslotte als afronding van deze blog, ik heb samen met mijn vrouw vijftig jaar geleefd. Vijftig jaar gelachen, gehuild, liefgehad, gewerkt, fouten gemaakt, mijn dochter zien opgroeien, vriendschappen opgebouwd en herinneringen verzameld die geen enkele smartphone ooit kan bewaren. 

En als iemand mij zou vragen of ik terug wil naar 1975? Dan zeg ik zonder aarzelen: alleen voor mijn haar. Maar voor de rest? Geen moment. Want de mooiste bagage die ik in vijftig jaar heb verzameld, draag ik niet op mijn hoofd, maar in mijn hart, gevuld met de liefde die ik heb voor mijn geweldig lieve vrouw en dochter !!



Quote: Je begint te beseffen dat je oud wordt, als de kaarsen duurder zijn dan de taart !!



vrijdag 24 juli 2026

Weet je nog...? Toen Rotterdam de wereld veroverde !!

Hierbij het (voorlopig) laatste vervolg over Rotterdam in de jaren 60 en 70. Wie deze jaren heeft meegemaakt, weet één ding zeker: je hoefde je nooit af te vragen of er iets gebeurde. Iedere maand leek de wereld opnieuw uitgevonden te worden. En Rotterdam? Die stond gewoon vooraan.

Het begon eigenlijk allemaal met vier jongens uit Liverpool. The Beatles kwamen naar Nederland en het land stond op zijn kop. Opeens wilden jongens hun haar laten groeien. Tot grote schrik van vaders en moeders die mompelden, dat "de jeugd van tegenwoordig" nergens meer op leek.

Nog voordat iedereen daarvan bekomen was, kwamen The Rolling Stones overwaaien. Het mocht allemaal wat ruiger. Netter werd het er bepaald niet op. De jeugd verruilde het keurige colbertje voor spijkerbroeken, kleurige overhemden en laarzen. En die spijkerbroek? Die werd niet gekocht omdat hij mooi was, maar omdat hij vooral niet netjes hoefde te blijven.

Muziek werd geen hobby meer. Muziek werd een levensstijl. Iedere zaterdagmiddag zat iedereen in het land, dus ook in Rotterdam, met de radio aan. Radio Veronica en Radio Noordzee waren de geheime vrienden van de jeugd. De overheid kon wel roepen dat het illegale zeezenders waren, maar dat maakte ze alleen maar spannender. De nieuwste hits kwamen niet uit Hilversum, maar vanaf een schip op de Noordzee.

Toen "All You Need Is Love" uit de radio schalde, leek de halve wereld overtuigd dat liefde alle problemen zou oplossen. Al vonden veel ouders dat een opgeruimde slaapkamer ook geen slecht begin zou zijn.

En toen kwamen de subculturen. Je had de nozems, die met hun leren jacks en brommers vooral veel herrie maakten. Daarna verschenen de hippies, herkenbaar aan bloemen, kralenkettingen, sandalen en de vaste overtuiging dat oorlog vooral opgelost moest worden met liefde, muziek en een gitaar. De provo's schopten graag tegen alles aan wat gezag heette en even later verschenen de kabouters, die vonden dat de wereld vooral groener en vriendelijker moest worden.

Ondertussen waaide ook de hasjcultuur Nederland binnen. Jongeren met lang haar, kleurrijke kleding en een jointje in de hand werden ineens een normaal straatbeeld. Hier en daar verschenen bruine cafés waar men in alle rust een joint kon roken. Dat leverde soms bijzondere gesprekken op, al wist de helft de volgende dag niet meer waar het eigenlijk over gegaan was.

Alsof dat nog niet genoeg verandering was, meldde zich aan het einde van de jaren zeventig de punkbeweging. Geen bloemen meer, maar veiligheidsspelden, gescheurde kleding en kapsels waar zelfs de wind van schrok. Alles moest anders. Alles moest tegen de gevestigde orde zijn.

En de dames? Die verschenen in hot pants, strakke truitjes en schoenen met plateauzolen waar je tegenwoordig zonder hoogtevrees niet eens op durft te lopen. Menige enkel heeft die mode ternauwernood overleefd.

Toch spande Rotterdam in 1970 de kroon. Het Holland Pop Festival in het Kralingse Bos bracht een sfeer die Nederland nooit eerder had gezien. Drie dagen muziek, vrijheid en duizenden jongeren die samen feestvierden. Rotterdam bewees dat het ook de hoofdstad van de popmuziek kon zijn.

Maar 1970 had nog veel meer in petto. De stad vierde C70, een groot feest ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de wederopbouw. En alsof Rotterdam de wereld nog één keer wilde laten zien waartoe de stad in staat was, won Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europacup I en later datzelfde jaar de Wereldbeker. Heel Rotterdam liep met de borst vooruit en men was zo trots als een pauw !

Als je alles op een rijtje zet, is het eigenlijk ongelooflijk hoeveel er veranderde in nauwelijks twintig jaar. De muziek veranderde. De mode veranderde. De jeugd veranderde. Rotterdam veranderde. Maar één ding is nooit veranderd. Vraag een Rotterdammer naar de jaren zestig en zeventig... en voor je het weet ben je twee uur verder, met een glimlach op je gezicht en hoor je ergens in je hoofd weer heel zacht:

"All You Need Is Love..." En eerlijk is eerlijk... een beetje gelijk hadden die Beatles misschien toch wel.

Quote: Of je nu oud bent of jong; een Rotterdammer ben en blijf  je voor het leven !!

vrijdag 17 juli 2026

Rotterdam, toen geluk nog heel gewoon was !!

Als 1e vervolg op mijn vorige blog over Rotterdam in de 60 en 70e jaren hier een 2e bijdrage. Soms vragen jonge mensen zich af hoe wij ons vroeger toch konden vermaken. Geen smartphone, geen internet, geen TikTok en geen airco. Tja, dan moet ik altijd een beetje lachen. Want eerlijk gezegd hadden wij helemaal geen tijd om ons te vervelen.

Zodra de zon zich s'zomers liet zien, trok half Rotterdam eropuit. Naar het strandbadje bijvoorbeeld. Geen luxe ligbedden of beachclubs met loungemuziek, maar een handdoek, een koelbox, een fles ranja en een zak boterhammen. De kinderen bouwden dammetjes, vaders dutten in de zon en moeders hielden ondertussen alles en iedereen in de gaten. Aan het eind van de dag was je rood verbrand, zat het zand werkelijk overal in, maar je had een fantastische dag gehad.

En wie niet naar het strandbadje ging, eindigde vaak op het Schouwburgplein. Daar was de beroemde waterspeelplaats waar tientallen kinderen met blote voeten door het water renden. Pootjebaden noemden we dat. Natte broekspijpen? Geen probleem. Je moeder zei hooguit: "Die drogen onderweg wel weer."

Rotterdam kende ook zijn eigen beroemdheden. Eén daarvan was zonder twijfel Dorus, oftewel Tom Manders. Zijn etablissement Saint Germain des Prés was een begrip. Je ging er niet alleen voor een drankje, maar vooral voor de sfeer. En als Dorus zelf optrad, hing iedereen aan zijn lippen. Zijn Rotterdamse humor was ontwapenend. Je ging met een glimlach naar binnen en kwam schaterlachend weer naar buiten.

Een heel ander stukje Rotterdam was de oude veemarkt aan de Boezemweg. Daar begon de dag al vroeg. Boeren uit de wijde omgeving kwamen met hun koeien naar de stad. Er werd stevig onderhandeld. Geen contracten, geen advocaten en geen eindeloze e-mails. Gewoon handjeklap. Een ferme klap in de hand en de koop was gesloten.

Na afloop trok een lange stoet koeien door de straten van Crooswijk richting het abattoir. Tegenwoordig zouden de meeste mensen hun telefoon pakken om foto's te maken. Toen keek niemand ervan op. Dat hoorde gewoon bij Rotterdam.

Ook de melkboer, de groenteboer en de SRV-wagen waren vaste gasten in de straat. Ze kenden iedereen bij naam en wisten precies wie nog op vakantie was of waar een baby was geboren. De bezorgers waren eigenlijk het sociale netwerk van de buurt, lang voordat dat woord was uitgevonden.

Op woensdagmiddag voetbalde je op straat. Twee jassen vormden het doel en als er een auto aankwam, klonk uit tientallen kelen tegelijk: "Auto!" Iedereen aan de kant, de auto reed rustig door en twee tellen later ging de wedstrijd gewoon verder. Niemand klaagde over een krasje en niemand had een geel hesje nodig.

De zaterdagavond had ook zo zijn rituelen. Eerst onder de douche, dan je mooiste overhemd aan en op stap. Geen honderd foto's maken voor sociale media. Je maakte herinneringen in plaats van selfies.

Als we eerlijk zijn, was vroeger heus niet alles beter. De huizen waren kleiner, de winters kouder en de televisie had maar een paar zenders. Maar er was iets wat je tegenwoordig nog maar zelden tegenkomt. De stad voelde als één grote buurt. Je kende de bakker, de slager, de melkboer en vaak ook de conducteur in de tram. Rotterdam was groot, maar voelde klein.

En misschien is dat wel de mooiste herinnering van allemaal.

Quote: Koester de herinneringen aan vroeger jaren en kijk er met plezier op terug !!   

vrijdag 10 juli 2026

Toen een dagje Rotterdam een speciale belevenis was !!

Er zijn van die tijden waarvan je pas jaren later beseft hoe bijzonder ze eigenlijk waren. Voor veel Rotterdammers waren de jaren zestig en zeventig zo'n tijd. Winkelen was geen kwestie van "even snel iets bestellen". Nee, je stapte op de tram of metro en ging een hele dag naar de stad. En wat was Rotterdam toen een fantastische winkelstad.

De Lijnbaan was zonder twijfel het kloppend hart van winkelend Rotterdam. Al ver voordat "shoppen" een hip Engels woord werd, liep half Rotterdam er op zaterdagmiddag rond. Niet gehaast, maar gezellig slenterend, kijkend naar de geweldig uitgedoste etalages.

Een bezoek aan Ter Meulen was bijna een uitje op zich. Je keek je ogen uit tussen de keurige damesafdelingen, parfums en luxe artikelen. Het was een winkel waar service nog met een hoofdletter werd geschreven. De verkoopsters hadden alle tijd voor je en een aankoop werd zorgvuldig ingepakt alsof het een verjaardagscadeau was.

Even verderop lonkte de V&D. Daar kon werkelijk iedereen terecht. Van schoolspullen tot grammofoonplaten, van huishoudelijke artikelen tot kleding. En natuurlijk het beroemde restaurant. Wie kent niet de tomatensoep, het kopje koffie of het broodje kroket? Voor veel scholieren en gezinnen was het vaste prik.

En dan de HEMA. Die bestaat gelukkig nog steeds, maar in die tijd begon de legendarische reputatie van de rookworst pas echt. Je rook hem al voordat je de winkel binnenliep. Even een warme rookworst halen hoorde bijna net zo bij een dagje Rotterdam als een ritje met de tram.

Na uren winkelen begon de maag natuurlijk te knorren. Dan waren er keuzes genoeg. Bij Wienerwald kon je genieten van een heerlijke Schnitzel of gegrilde kip. Het restaurant zat bijna altijd vol en wie daar gegeten had, voelde zich een beetje werelds. Liever iets Amerikaans? Dan was er Wimpy, de hamburgerkoning van Rotterdam, lang voordat McDonald's zijn intrede deed. Een hamburger met frietjes was toen al een feestmaal.

Maar Rotterdam was meer dan winkelen alleen.

Voor muziekliefhebbers was De Berenkuil een heilige plek. Overdag struinde je tussen de nieuwste singles en lp's. Uren bladeren tussen de platenbakken, luisteren in zo'n koptelefoon en twijfelen of je die nieuwe van The Cats, ABBA of The Rolling Stones zou kopen. En 's avonds? Dan werd het tijd om een bruisende discotheek op te zoeken waar de dansvloer nooit leeg was.

Rotterdam had in die tijd een berg aan legendarische uitgaansgelegenheden. Bleu Tiek-In, Le Bateau,  Bristol, Voom Voom en Parkzicht waren namen die bij een hele generatie onmiddellijk herinneringen oproepen. Daar werd gedanst op Earth, Wind & Fire, Boney M., The Bee Gees en natuurlijk de onvergetelijke discohits van die tijd. De dansvloer glom, de spiegelbollen draaiden en niemand stond met een mobiele telefoon in zijn hand. Je praatte gewoon met elkaar.

Uitgaan kostte gelukkig ook geen vermogen. Voordat je de discotheek binnenstapte, haalde je vaak eerst een goedkoop drankje bij De Big Ben of Het Fust. Daar begon de avond al. Er werd gelachen, sterke verhalen verteld en plannen gemaakt voor de rest van de nacht.

En als de laatste plaat gedraaid was? Dan stapte je met vrienden in een taxi. Dat kon toen nog zonder eerst je banksaldo te controleren. Voor een paar gulden werd je keurig thuis afgezet. Geen gedoe met apps, geen toeslagen en geen wachttijden. Gewoon een taxi aanhouden en instappen.

Als je er nu op terugkijkt, was winkelen in Rotterdam veel meer dan boodschappen doen. Het was een compleet dagje uit. Je ontmoette mensen, proefde de sfeer van de stad, at iets lekkers, kocht misschien een nieuwe lp of een trui en sloot de dag af op de dansvloer.

Veel van die winkels zijn verdwenen. Ter Meulen bestaat alleen nog in de herinnering, V&D is geschiedenis en ook veel van de legendarische uitgaansgelegenheden hebben plaatsgemaakt voor nieuwe gebouwen. Maar de herinneringen? Die zijn springlevend.

En zeg nu zelf... was een zaterdag in Rotterdam toen niet veel gezelliger dan eindeloos scrollen door een webwinkel?

Ik durf er best een rookworst van de HEMA op te verwedden.

Quote: Terugdenken aan de jaren 60 en 70 , herinneringen die plezier blijven geven !!