Het is weer zover. De zon schijnt drie dagen achter elkaar, de thermometer flirt schaamteloos met de 15 graden en ja hoor, de lente is officieel uitgeroepen. Niet door het KNMI, nee. Door haar, Mijn vrouw, de tuingeneraal. De opperbevelhebber van potgrond en perkgoed.
Waar ik nog voorzichtig voor de zekerheid mijn winterjas dichttrek, staat zij al in de tuin alsof het juni is. Jas uit, zonnebril op, handen in de zij: “Ruik je dat, zegt ze: Lente.” Ik ruik vooral nattigheid. En niet alleen van de grond.
Hoe moeilijk het ook is om vrouw lief tegen te spreken, doe ik toch een poging en zeg tegen haar: Het is pas eind februari en de lente begint officieel pas op 20 maart schat. Maar het is tegen dovenmansoren gericht. Het is elk jaar hetzelfde liedje, als er maar een glimpje zonneschijn te zien valt en het kwik stijgt naar minimaal 15 graden, dan slaan haar "stoppen "door. Ik laat haar nog voorzichtig een weerapp zien die waarschuwt dat het tot mei nog gewoon kan vriezen, maar dat doet er niet toe. Want vrouwen luisteren niet naar weerapps. Ze luisteren naar hun gevoel. En dat gevoel zegt: “Het is lente, en wel NU.”
Dus daar sta ik. Met mijn mannelijke nuchterheid. Mijn innerlijke vorstpaniek. En mijn herinnering aan vorig jaar, toen we in april nog sneeuw hadden en ik ’s ochtends dode geraniums mocht opruimen alsof ik een klein groen kerkhof beheerde.
Maar goed. Als man leer je snel. Ik zeg maar niets meer. Ik zucht nog eens diep en knik begripvol. Dus hop , naar het tuincentrum om planten en aarde in te slaan. Thuis aangekomen sjouw ik de zakken potgrond en geurige bloeiers de tuin in. Ik houd de planten vast terwijl zij “even kijkt of het zo leuk staat”. Het staat overigens na de vierde keer verplaatsen exact hetzelfde, pff, ik besluit maar niets te zeggen en alles maar gelaten over mij heen te laten komen. Tja, je moet er wat voor over hebben om niet het risico te lopen dat je voor zeike.....wordt uitgemaakt.





