vrijdag 31 juli 2026

Van 1975 naar 2025: 50 jaar later..... !!


Hoewel de kalender inmiddels 2026 aanwijst, kijk ik in deze blog met een gezonde dosis zelfspot terug op de bijzondere periode van 1975 tot 2025. Vijftig jaar. Precies een halve eeuw vol veranderingen. 

In 1975 was ik jong, onbezonnen, leerde mijn huidige vrouw kennen en vond ik een nacht overslaan volstrekt normaal. Als iemand toen had gezegd dat ik vijftig jaar later enthousiast zou praten over een goede bloeddruk, een nieuwe heup en de kwaliteit van steunzolen, had ik hem vriendelijk doch dringend verzocht even normaal te doen.

In 1975 vloog ik de trap op, vaak twee treden tegelijk. Tegenwoordig blijf ik onderaan eerst even staan om te bedenken wat ik boven eigenlijk moest doen. Eenmaal boven aangekomen ben ik dat meestal vergeten. 

Mijn lichaam was toen een perfect afgestelde sportwagen. Nu lijkt het meer op een klassieker: prachtig om te zien hoor, maar hij heeft wat meer onderhoud nodig. Knieën kraken alsof er een zak chips wordt leeggeknepen, de rug protesteert bij het aantrekken van sokken en opstaan uit een stoel gaat bijna automatisch gepaard met een diepe zucht. Vroeger maakten alleen opa's dat geluid. Nu blijkt dat ik inmiddels aardig dicht in de buurt van die opa te zijn aangeland. 

Om nog even verder te gaan. In 1975 sprong ik zonder warming-up op de fiets voor een tocht van vijftig kilometer. Daarna voetbalde ik nog een potje en ging 's avonds vrolijk stappen. En de volgende ochtend stond er een hardlooptraining van dik 15 km op het programma. In 2025 bekijk ik eerst de weersverwachting, de windkracht en de temperatuur voordat ik besluit om een potje tennis met andere gepensioneerden te gaan spelen.

En dan die kwaaltjes. Vroeger wist je nauwelijks waar je knieën zaten. Tegenwoordig ken ik elk gewricht persoonlijk. Mijn agenda staat niet alleen vol met verjaardagen, maar ook met afspraken bij de huisarts, fysiotherapeut, tandarts, opticien en af en toe een bezoekje aan de één of andere specialist. Als ik een week geen medische afspraak heb, dan vraag ik mij bijna af of er iets mis is. Wellicht ook herkenbaar voor iemand van jullie ? 

Ook mijn uiterlijk heeft een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt. In 1975 had ik een gladde huid en een volle bos haar. De kapper vroeg toen of hij het wat mocht uitdunnen. Als ik nu eens bij toeval bij de kapper kom, dan vraagt hij glimlachend waar al dat haar gebleven is. Maar laten we eerlijk zijn, dat zullen veel mannen van mijn leeftijd ook wel meemaken.

Tenslotte heeft mijn gezicht inmiddels een compleet netwerk van rimpels opgebouwd. Elke rimpel vertelt een verhaal. Het enige probleem is dat ik me niet altijd meer herinner welk verhaal bij welke rimpel hoort.

Maar gelukkig is er in ons huis één grote uitzondering op de tand des tijds. Mijn vrouw lijkt stiekem een abonnement op eeuwige jeugd te hebben afgesloten. Terwijl ik langzaam verander in een vriendelijke kruising tussen een gepensioneerde zeekapitein en een walrus, blijft zij er opvallend jeugdig uitzien. Ik heb haar geheim overal gezocht: in de badkamer, in haar make-up tas en zelfs in de vriezer. Niets gevonden. Ik begin serieus te vermoeden dat er ergens op de bovenste verdieping van ons huis een portret hangt dat namens haar ouder wordt.

Toch zit het grootste verschil niet in onze knieën of ons haar, maar tussen onze oren. In 1975 dachten we alles te weten en gingen we de wereld veranderen. In 2025 weten we vooral hoeveel we toen eigenlijk nog niet wisten. Nu we wat ouder zijn geworden, maken we ons minder druk om onbelangrijke zaken, kunnen beter relativeren en genieten veel meer van de gewone dingen.

Wij zijn tenslotte de generatie die cassettebandjes terugspoelde met een potlood, telefoons met een draaischijf gebruikte, zonder navigatie heel Europa doorkruiste en gewoon bij iemand aanbelde zonder eerst een appje te sturen. En wonder boven wonder: iedereen was gewoon thuis.

Dus ja, ik heb zojuist mijn persoonlijke situatie een beetje erg aangedikt en wat overdreven, maar niet te ontkennen valt dat ik met mijn bijna 70 jaar, inderdaad wat langzamer ben geworden, geen haar meer op mijn hoofd heb, wat meer rimpels heb en zo af en toe last van een kwaaltje heb waarvan de naam langer is dan de behandeling. Ik kan er in ieder geval met humor over schrijven en ongetwijfeld zullen er lezers zijn die dit beeld ook herkennen. 

Voorts nog een andere verandering die ik graag wil benoemen. Ik ben uiteraard altijd voor mijn dochter haar steun en toeverlaat geweest en ze kon altijd terecht voor elk advies en ondersteuning voor wat dan ook. Nu ik ouder ben geworden en zij inmiddels een schitterende volwassen jongedame is, in bezit van een geweldige baan en prima stel hersens, neemt ze op natuurlijke wijze de rol die ik jarenlang voor haar vervuld heb , inmiddels al in vele gevallen over. Hoe mooi is dat om dit te mogen ervaren!

Tenslotte als afronding van deze blog, ik heb samen met mijn vrouw vijftig jaar geleefd. Vijftig jaar gelachen, gehuild, liefgehad, gewerkt, fouten gemaakt, mijn dochter zien opgroeien, vriendschappen opgebouwd en herinneringen verzameld die geen enkele smartphone ooit kan bewaren. 

En als iemand mij zou vragen of ik terug wil naar 1975? Dan zeg ik zonder aarzelen: alleen voor mijn haar. Maar voor de rest? Geen moment. Want de mooiste bagage die ik in vijftig jaar heb verzameld, draag ik niet op mijn hoofd, maar in mijn hart, gevuld met de liefde die ik heb voor mijn geweldig lieve vrouw en dochter !!



Quote: Je begint te beseffen dat je oud wordt, als de kaarsen duurder zijn dan de taart !!



vrijdag 24 juli 2026

Weet je nog...? Toen Rotterdam de wereld veroverde !!

Hierbij het (voorlopig) laatste vervolg over Rotterdam in de jaren 60 en 70. Wie deze jaren heeft meegemaakt, weet één ding zeker: je hoefde je nooit af te vragen of er iets gebeurde. Iedere maand leek de wereld opnieuw uitgevonden te worden. En Rotterdam? Die stond gewoon vooraan.

Het begon eigenlijk allemaal met vier jongens uit Liverpool. The Beatles kwamen naar Nederland en het land stond op zijn kop. Opeens wilden jongens hun haar laten groeien. Tot grote schrik van vaders en moeders die mompelden, dat "de jeugd van tegenwoordig" nergens meer op leek.

Nog voordat iedereen daarvan bekomen was, kwamen The Rolling Stones overwaaien. Het mocht allemaal wat ruiger. Netter werd het er bepaald niet op. De jeugd verruilde het keurige colbertje voor spijkerbroeken, kleurige overhemden en laarzen. En die spijkerbroek? Die werd niet gekocht omdat hij mooi was, maar omdat hij vooral niet netjes hoefde te blijven.

Muziek werd geen hobby meer. Muziek werd een levensstijl. Iedere zaterdagmiddag zat iedereen in het land, dus ook in Rotterdam, met de radio aan. Radio Veronica en Radio Noordzee waren de geheime vrienden van de jeugd. De overheid kon wel roepen dat het illegale zeezenders waren, maar dat maakte ze alleen maar spannender. De nieuwste hits kwamen niet uit Hilversum, maar vanaf een schip op de Noordzee.

Toen "All You Need Is Love" uit de radio schalde, leek de halve wereld overtuigd dat liefde alle problemen zou oplossen. Al vonden veel ouders dat een opgeruimde slaapkamer ook geen slecht begin zou zijn.

En toen kwamen de subculturen. Je had de nozems, die met hun leren jacks en brommers vooral veel herrie maakten. Daarna verschenen de hippies, herkenbaar aan bloemen, kralenkettingen, sandalen en de vaste overtuiging dat oorlog vooral opgelost moest worden met liefde, muziek en een gitaar. De provo's schopten graag tegen alles aan wat gezag heette en even later verschenen de kabouters, die vonden dat de wereld vooral groener en vriendelijker moest worden.

Ondertussen waaide ook de hasjcultuur Nederland binnen. Jongeren met lang haar, kleurrijke kleding en een jointje in de hand werden ineens een normaal straatbeeld. Hier en daar verschenen bruine cafés waar men in alle rust een joint kon roken. Dat leverde soms bijzondere gesprekken op, al wist de helft de volgende dag niet meer waar het eigenlijk over gegaan was.

Alsof dat nog niet genoeg verandering was, meldde zich aan het einde van de jaren zeventig de punkbeweging. Geen bloemen meer, maar veiligheidsspelden, gescheurde kleding en kapsels waar zelfs de wind van schrok. Alles moest anders. Alles moest tegen de gevestigde orde zijn.

En de dames? Die verschenen in hot pants, strakke truitjes en schoenen met plateauzolen waar je tegenwoordig zonder hoogtevrees niet eens op durft te lopen. Menige enkel heeft die mode ternauwernood overleefd.

Toch spande Rotterdam in 1970 de kroon. Het Holland Pop Festival in het Kralingse Bos bracht een sfeer die Nederland nooit eerder had gezien. Drie dagen muziek, vrijheid en duizenden jongeren die samen feestvierden. Rotterdam bewees dat het ook de hoofdstad van de popmuziek kon zijn.

Maar 1970 had nog veel meer in petto. De stad vierde C70, een groot feest ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de wederopbouw. En alsof Rotterdam de wereld nog één keer wilde laten zien waartoe de stad in staat was, won Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europacup I en later datzelfde jaar de Wereldbeker. Heel Rotterdam liep met de borst vooruit en men was zo trots als een pauw !

Als je alles op een rijtje zet, is het eigenlijk ongelooflijk hoeveel er veranderde in nauwelijks twintig jaar. De muziek veranderde. De mode veranderde. De jeugd veranderde. Rotterdam veranderde. Maar één ding is nooit veranderd. Vraag een Rotterdammer naar de jaren zestig en zeventig... en voor je het weet ben je twee uur verder, met een glimlach op je gezicht en hoor je ergens in je hoofd weer heel zacht:

"All You Need Is Love..." En eerlijk is eerlijk... een beetje gelijk hadden die Beatles misschien toch wel.

Quote: Of je nu oud bent of jong; een Rotterdammer ben en blijf  je voor het leven !!

vrijdag 17 juli 2026

Rotterdam, toen geluk nog heel gewoon was !!

Als 1e vervolg op mijn vorige blog over Rotterdam in de 60 en 70e jaren hier een 2e bijdrage. Soms vragen jonge mensen zich af hoe wij ons vroeger toch konden vermaken. Geen smartphone, geen internet, geen TikTok en geen airco. Tja, dan moet ik altijd een beetje lachen. Want eerlijk gezegd hadden wij helemaal geen tijd om ons te vervelen.

Zodra de zon zich s'zomers liet zien, trok half Rotterdam eropuit. Naar het strandbadje bijvoorbeeld. Geen luxe ligbedden of beachclubs met loungemuziek, maar een handdoek, een koelbox, een fles ranja en een zak boterhammen. De kinderen bouwden dammetjes, vaders dutten in de zon en moeders hielden ondertussen alles en iedereen in de gaten. Aan het eind van de dag was je rood verbrand, zat het zand werkelijk overal in, maar je had een fantastische dag gehad.

En wie niet naar het strandbadje ging, eindigde vaak op het Schouwburgplein. Daar was de beroemde waterspeelplaats waar tientallen kinderen met blote voeten door het water renden. Pootjebaden noemden we dat. Natte broekspijpen? Geen probleem. Je moeder zei hooguit: "Die drogen onderweg wel weer."

Rotterdam kende ook zijn eigen beroemdheden. Eén daarvan was zonder twijfel Dorus, oftewel Tom Manders. Zijn etablissement Saint Germain des Prés was een begrip. Je ging er niet alleen voor een drankje, maar vooral voor de sfeer. En als Dorus zelf optrad, hing iedereen aan zijn lippen. Zijn Rotterdamse humor was ontwapenend. Je ging met een glimlach naar binnen en kwam schaterlachend weer naar buiten.

Een heel ander stukje Rotterdam was de oude veemarkt aan de Boezemweg. Daar begon de dag al vroeg. Boeren uit de wijde omgeving kwamen met hun koeien naar de stad. Er werd stevig onderhandeld. Geen contracten, geen advocaten en geen eindeloze e-mails. Gewoon handjeklap. Een ferme klap in de hand en de koop was gesloten.

Na afloop trok een lange stoet koeien door de straten van Crooswijk richting het abattoir. Tegenwoordig zouden de meeste mensen hun telefoon pakken om foto's te maken. Toen keek niemand ervan op. Dat hoorde gewoon bij Rotterdam.

Ook de melkboer, de groenteboer en de SRV-wagen waren vaste gasten in de straat. Ze kenden iedereen bij naam en wisten precies wie nog op vakantie was of waar een baby was geboren. De bezorgers waren eigenlijk het sociale netwerk van de buurt, lang voordat dat woord was uitgevonden.

Op woensdagmiddag voetbalde je op straat. Twee jassen vormden het doel en als er een auto aankwam, klonk uit tientallen kelen tegelijk: "Auto!" Iedereen aan de kant, de auto reed rustig door en twee tellen later ging de wedstrijd gewoon verder. Niemand klaagde over een krasje en niemand had een geel hesje nodig.

De zaterdagavond had ook zo zijn rituelen. Eerst onder de douche, dan je mooiste overhemd aan en op stap. Geen honderd foto's maken voor sociale media. Je maakte herinneringen in plaats van selfies.

Als we eerlijk zijn, was vroeger heus niet alles beter. De huizen waren kleiner, de winters kouder en de televisie had maar een paar zenders. Maar er was iets wat je tegenwoordig nog maar zelden tegenkomt. De stad voelde als één grote buurt. Je kende de bakker, de slager, de melkboer en vaak ook de conducteur in de tram. Rotterdam was groot, maar voelde klein.

En misschien is dat wel de mooiste herinnering van allemaal.

Quote: Koester de herinneringen aan vroeger jaren en kijk er met plezier op terug !!   

vrijdag 10 juli 2026

Toen een dagje Rotterdam een speciale belevenis was !!

Er zijn van die tijden waarvan je pas jaren later beseft hoe bijzonder ze eigenlijk waren. Voor veel Rotterdammers waren de jaren zestig en zeventig zo'n tijd. Winkelen was geen kwestie van "even snel iets bestellen". Nee, je stapte op de tram of metro en ging een hele dag naar de stad. En wat was Rotterdam toen een fantastische winkelstad.

De Lijnbaan was zonder twijfel het kloppend hart van winkelend Rotterdam. Al ver voordat "shoppen" een hip Engels woord werd, liep half Rotterdam er op zaterdagmiddag rond. Niet gehaast, maar gezellig slenterend, kijkend naar de geweldig uitgedoste etalages.

Een bezoek aan Ter Meulen was bijna een uitje op zich. Je keek je ogen uit tussen de keurige damesafdelingen, parfums en luxe artikelen. Het was een winkel waar service nog met een hoofdletter werd geschreven. De verkoopsters hadden alle tijd voor je en een aankoop werd zorgvuldig ingepakt alsof het een verjaardagscadeau was.

Even verderop lonkte de V&D. Daar kon werkelijk iedereen terecht. Van schoolspullen tot grammofoonplaten, van huishoudelijke artikelen tot kleding. En natuurlijk het beroemde restaurant. Wie kent niet de tomatensoep, het kopje koffie of het broodje kroket? Voor veel scholieren en gezinnen was het vaste prik.

En dan de HEMA. Die bestaat gelukkig nog steeds, maar in die tijd begon de legendarische reputatie van de rookworst pas echt. Je rook hem al voordat je de winkel binnenliep. Even een warme rookworst halen hoorde bijna net zo bij een dagje Rotterdam als een ritje met de tram.

Na uren winkelen begon de maag natuurlijk te knorren. Dan waren er keuzes genoeg. Bij Wienerwald kon je genieten van een heerlijke Schnitzel of gegrilde kip. Het restaurant zat bijna altijd vol en wie daar gegeten had, voelde zich een beetje werelds. Liever iets Amerikaans? Dan was er Wimpy, de hamburgerkoning van Rotterdam, lang voordat McDonald's zijn intrede deed. Een hamburger met frietjes was toen al een feestmaal.

Maar Rotterdam was meer dan winkelen alleen.

Voor muziekliefhebbers was De Berenkuil een heilige plek. Overdag struinde je tussen de nieuwste singles en lp's. Uren bladeren tussen de platenbakken, luisteren in zo'n koptelefoon en twijfelen of je die nieuwe van The Cats, ABBA of The Rolling Stones zou kopen. En 's avonds? Dan werd het tijd om een bruisende discotheek op te zoeken waar de dansvloer nooit leeg was.

Rotterdam had in die tijd een berg aan legendarische uitgaansgelegenheden. Bleu Tiek-In, Le Bateau,  Bristol, Voom Voom en Parkzicht waren namen die bij een hele generatie onmiddellijk herinneringen oproepen. Daar werd gedanst op Earth, Wind & Fire, Boney M., The Bee Gees en natuurlijk de onvergetelijke discohits van die tijd. De dansvloer glom, de spiegelbollen draaiden en niemand stond met een mobiele telefoon in zijn hand. Je praatte gewoon met elkaar.

Uitgaan kostte gelukkig ook geen vermogen. Voordat je de discotheek binnenstapte, haalde je vaak eerst een goedkoop drankje bij De Big Ben of Het Fust. Daar begon de avond al. Er werd gelachen, sterke verhalen verteld en plannen gemaakt voor de rest van de nacht.

En als de laatste plaat gedraaid was? Dan stapte je met vrienden in een taxi. Dat kon toen nog zonder eerst je banksaldo te controleren. Voor een paar gulden werd je keurig thuis afgezet. Geen gedoe met apps, geen toeslagen en geen wachttijden. Gewoon een taxi aanhouden en instappen.

Als je er nu op terugkijkt, was winkelen in Rotterdam veel meer dan boodschappen doen. Het was een compleet dagje uit. Je ontmoette mensen, proefde de sfeer van de stad, at iets lekkers, kocht misschien een nieuwe lp of een trui en sloot de dag af op de dansvloer.

Veel van die winkels zijn verdwenen. Ter Meulen bestaat alleen nog in de herinnering, V&D is geschiedenis en ook veel van de legendarische uitgaansgelegenheden hebben plaatsgemaakt voor nieuwe gebouwen. Maar de herinneringen? Die zijn springlevend.

En zeg nu zelf... was een zaterdag in Rotterdam toen niet veel gezelliger dan eindeloos scrollen door een webwinkel?

Ik durf er best een rookworst van de HEMA op te verwedden.

Quote: Terugdenken aan de jaren 60 en 70 , herinneringen die plezier blijven geven !!

vrijdag 3 juli 2026

Toen geluk werd bezorgd in een Rood-wit Dafje !!

Er was een tijd waarin een deurbel nog echt iets betekende. Niet omdat de pakketbezorger voor de derde keer vergeefs probeerde een pakketje uit China af te leveren, maar omdat er een keurig geklede dame voor de deur stond. In mantelpakje, voorzien van een glimlach waar zelfs tandpastareclames jaloers op waren. Achter haar stond een rood-witte DAF 33 te pronken. De woorden die volgden waren legendarisch:

"Goedendag, ik ben van de Felicitatiedienst!"

En ineens voelde je je belangrijk. Niet omdat je de loterij had gewonnen, maar omdat je ging trouwen of omdat er een baby was geboren. Dat was in de jaren zestig, zeventig en tachtig reden genoeg om als een soort nationale beroemdheid behandeld te worden.

De Felicitatiedienst was eigenlijk een briljante vorm van marketing, lang voordat iemand het woord 'influencer' had uitgevonden. Het bedrijf werd in 1957 opgericht en groeide uit tot een landelijke organisatie. Gemeenten leverden tegen betaling, gegevens van aanstaande bruidsparen en jonge ouders. Vervolgens verschenen de hostesses persoonlijk aan de deur met een rijk gevuld cadeaupakket. Fabrikanten hoopten natuurlijk dat de jonge huisvrouw na het uitproberen levenslang hetzelfde koffiemerk, schoonmaakmiddel of waspoeder zou blijven kopen. Uiteraard een slimme zet, wat feitelijk een oude manier van marketing voeren is.

Maar eerlijk is eerlijk: niemand dacht aan marketing. Je dacht alleen maar: "Wat een aardige mensen!"

En dat cadeaupakket mocht er wezen. Koffie, beschuit, luiers, zeep, schoonmaakmiddelen, babyproducten, kortingsbonnen, soms een kookboek of handige huishoudspullen. Tegenwoordig noemen we dat een "welkomstbox". 

De dames reden allemaal in dezelfde rood-witte Dafjes. Niet omdat DAF toevallig een aanbieding had, maar omdat uniformiteit vertrouwen uitstraalde. Bovendien kon je een DAF 33 nauwelijks over het hoofd zien. Dat geluid alleen al... Alsof je een opgewekte stofzuiger door je straat hoorde rijden.

Als kind keek je vol bewondering naar zo'n autootje. Als volwassene keek je vooral nieuwsgierig naar de inhoud van de dozen die uit de achterbak kwamen. Vergelijk dat eens met nu. Als er tegenwoordig een baby wordt geboren, ontvang je meestal een appje met zeven hartjes, drie babyflesjes en een gifje van een dansende ooievaar. De kraamvisite verschijnt pas drie weken later, mits iedereen eerst een online agenda heeft ingevuld. En trouwen? Dan krijg je vooral digitale felicitaties en een Tikkie voor het gezamenlijke cadeau. Dat is toch net iets minder romantisch dan een vriendelijke dame die aanbelt met een auto vol verrassingen.

De Felicitatiedienst verdween zo beetje uit het straatbeeld rond eind jaren 80 , begin jaren 90. Veranderende privacyregels, hogere kosten, andere vormen van reclame en de opkomst van direct mail maakten persoonlijke huisbezoeken steeds minder aantrekkelijk. De charmante Dafjes verdwenen uit de woonwijken en maakten plaats voor folders in de brievenbus en later de digitale advertenties.

Eigenlijk is dat jammer. Want de Felicitatiedienst bracht iets mee dat je tegenwoordig nauwelijks nog kunt bestellen: oprechte aandacht. Misschien was het cadeaupakket uiteindelijk helemaal niet het belangrijkste. Misschien was het juist dat onverwachte moment waarop de deurbel ging, de Daf voor de deur stond en een vriendelijke dame zei:

"Van harte gefeliciteerd."  En laten we eerlijk zijn: Het geluid van een Daf 33 klinkt nog altijd gezelliger dan de melding: "Uw pakket is afgeleverd bij de buren."

Quote: De felicitatiedienst, het mooiste voorbeeld van een cadeautje uit vervlogen tijden !!