vrijdag 24 april 2026

Toen alles nog gewoon was !!

Er was een tijd, zo beetje tussen de flower power en de eerste kleuren-tv in, waarin dingen feitelijk doodnormaal waren, maar waar je tegenwoordig een veiligheidsinstructie, een speciale app en een therapeut voor nodig hebt.

Neem bijvoorbeeld het roken. In de jaren 60 en 70 rookte men werkelijk overal. In de trein, in het ziekenhuis, tijdens het koken, en waarschijnlijk zelfs tijdens het tanken (oké, dat laatste hoop ik niet, maar het zou mij niet verbaasd hebben).  Baby’s zaten vrolijk bij moeder of vader op schoot terwijl er een wolk nicotine omheen hing alsof ze deelnamen aan hun eerste rockfestival.

En dan autorijden. Gordels? Daar had geen mens nog van gehoord. Kinderen lagen los op de achterbank te stuiteren als een zak aardappelen bij elke rotonde. De echte waaghalzen stonden zelfs tussen de voorstoelen in, als een soort menselijke versnellingspook. Tegenwoordig krijg je al een waarschuwingspiepje als je je zonnebril scheef opzet.

En over eten gesproken: alles werd zo beetje gefrituurd. Álles, jazeker, groenten, kaas, kip en nog een berg aan etenswaren. En dan uiteraard serveren met een klodder saus waarvan niemand precies wist wat erin zat, behalve dat het heerlijk was en waarschijnlijk licht radioactief.

Ook opmerkelijk in die tijd: kinderen speelden buiten. Zonder toezicht. Urenlang. Ouders hadden geen idee waar ze waren en vonden dat ook prima. “Je komt terug als de straatverlichting aangaat!” was het enige GPS-systeem dat bestond. Tegenwoordig zou je daar minstens drie WhatsApp-groepen, een live locatie en een drone voor inzetten.

En privacy? Dat was een vaag iets. Je buurvrouw wist alles, de melkboer nog veel meer, en als je iets doms deed, wist de hele straat het voordat jij zelf thuis was. Sociale media bestonden niet, maar geloof me: het roddelnetwerk werkte sneller dan de huidige glasvezel.

Laten we de mode ook niet vergeten. Broeken zo wijd dat je er een gezin in kon verstoppen, kapsels in de meest excentrieke uitdossingen en kleurencombinaties die tegenwoordig alleen nog voorkomen in waarschuwingsborden. Maar hé, iedereen droeg het met overtuiging en dat was ook symptomatisch voor die tijd.

Maar misschien nog het meest opvallende: mensen maakten zich minder druk. Niet omdat alles beter was (zeker niet), maar omdat men simpelweg minder wist. Geen constante stroom aan nieuws, meningen en meldingen op welke manier dan ook. Je ergerde je hooguit aan de buurman die weer eens te hard de radio aan had staan.

Kortom, de jaren 60 en 70 waren een tijd van vrijheid, chaos en een gezonde dosis “dat zien we morgen wel weer”. Veel van die gewoontes zijn gelukkig verdwenen, maar soms is het best leuk om even terug te denken aan een wereld waarin we zonder helm, zonder whatsup en smartphone toch heel relaxed de dag door kwamen.

Zou het nu nog kunnen? Absoluut niet. Maar eerlijk is eerlijk: die tijd had toch wel iets.

Quote: Het zal nooit meer worden zoals het vroeger was !!

vrijdag 17 april 2026

Winkelwagen zonder muntje. Milieu bewust ??


Ik ging eerder deze week boodschappen doen bij een supermarkt met de alom bekende naam van Appie. Uiteraard gaat het hier om een supermarkt van AH met het bekende blauwe/witte logo. 

En dat is niet zomaar een supermarkt, maar dat zijn modern ingerichte winkels met gevoel voor duurzaamheid en waarbij ze rekening houden met de vooruitgang van deze tijd. Maar het filiaal waar ik eens met hoge uitzondering ging winkelen, hanteerde een wel heel opmerkelijke winkelwagen ethiek. 

Want, zoals gewoonlijk pakte ik ook daar een karretje, maar… ho, wacht even, dat ding was vergrendeld en moest ik ontgrendelen met een muntje. Laat ik die dag nou net geen muntje bij mij hebben, dus ff snel naar die jonge dame van de service balie om een muntje te bemachtigen. Deze medewerkster was qua leeftijd net uit de luiers, en was slechts in staat om, overigens heel correct, te vertellen dat het verstrekken van muntjes door de supermarkt manager verboden was. Op mijn vraag : "en waarom dan wel", kreeg ik met het schaamrood op haar gezicht een antwoord van die jongedame waar ik spontaan van in de lach schoot, maar waarbij ik ook wederom het vertrouwen verloor in onze maatschappij die op velerlei terreinen al langere tijd compleet van het pad af is geraakt. 

Want , wat bleek, de jonge dame meldde mij "dat de supermarkt geen muntjes meer voor winkelwagens verstrekt omdat dit beter voor het milieu is”. Tot overmaat van ramp bood ze met een staalhard gezicht aan om een 50 cents muntstuk te kopen die ik dan zou kunnen gebruiken. Om die karretjes simpelweg dan maar niet meer te vergrendelen, zoals tegenwoordig bij de meeste supermarkten het geval is, bleek voor dit filiaal blijkbaar een oplossing wat men niet zelfstandig had kunnen bedenken.   

Maar goed, voor het milieu, ik hoorde het goed en liet het even tot mij doordringen. Ik kijk om me heen. Achter mij staat een vrachtwagen stationair te ronken waarbij de straat blauw staat van de uitlaatgassen. In de winkel liggen komkommers individueel verpakt in plastic dat dik genoeg is om er een voetbalveld mee te bedekken. De paprika’s hebben meer laagjes plastic dan een winterjas in Siberië. Maar nee, het muntje… dat was de boosdoener.

Waarschijnlijk was dit dus een overijverige supermarkt manager die dacht: “Mensen gooien hun winkelwagenmuntjes misschien ooit in de oceaan. Dit moeten we stoppen. Dus, hij had besloten tot crisisoverleg, een PowerPoint gemaakt volop geweldige kleurige grafieken. En voilà: in een zucht en een scheet had die wereldverbeteraar "passend beleid" in zijn kantoortje verzonnen.

En ondertussen wordt er elders vrolijk doorgegaan met het uitstrooien van plastic alsof het confetti is op een slecht georganiseerd feestje. Er wordt uitstoot geproduceerd waar je een kleine wolkenkrabber op kunt laten draaien. Maar het muntje… ja, daar werd dus de grens getrokken.

Ik probeerde het systeem te begrijpen. Misschien is het een test. Een soort maatschappelijk experiment. Hoeveel kleine, onbegrijpelijke maatregelen kan een burger verdragen voordat hij zachtjes begint te lachen… en daarna een beetje begint te huilen?

Want laten we eerlijk zijn: de gemiddelde burger snapt er op dit moment geen snars meer van. Vandaag geen muntjes vanwege het milieu. Morgen moet je misschien je boodschappen scannen terwijl je op één been staat, omdat dat de CO₂-uitstoot van de kassa vermindert. Overmorgen krijg je korting als je je adem inhoudt bij het schap met frisdrank.

Ergens is het ook bewonderenswaardig. De creativiteit. De durf om juist dat ene, totaal onschuldige object, het winkelwagenmuntje, aan te wijzen als symbool van alles wat misgaat in de wereld. Dan moet je lef hebben, of compleet verward zijn. Het kan overigens ook beide zijn.

En dan die toon. Altijd die zachte, vriendelijke betutteling. Alsof je een kleuter bent die net heeft ontdekt dat zand niet eetbaar is. “Dit is beter voor het milieu.” Dank je wel, supermarkt. Zonder jullie had ik waarschijnlijk nog steeds gedacht dat een muntje de opwarming van de aarde versnelt.

Misschien zijn er hogere belangen. Misschien is dit onderdeel van een groter plan dat wij stervelingen simpelweg niet kunnen doorgronden. Of misschien en dit is een wilde gedachte, is dit land een beetje de weg kwijtgeraakt in een doolhof van regels, goede bedoelingen en totaal misplaatste prioriteiten.

Wat het ook is, één ding staat vast: ik stond bij dat karretje, zonder muntje en met een blik die ergens zweefde tussen ongeloof en berusting.

En terwijl ik uiteindelijk toch maar mijn boodschappen ging doen, vroeg ik mij zich zachtjes af: “Was dit nou echt het probleem dat opgelost moest worden?”

Quote: Van ontevreden klanten kan men het meeste leren, zeker supermarkt managers !!

vrijdag 10 april 2026

De lagere school uit vroeger tijden !!

Wie tegenwoordig een basisschool binnenloopt, ziet een strakke moderne inrichting van een klaslokaal, kringgesprekken waar de leerlingen aan mee kunnen doen als het ze uitkomt, en juffen en leraren die vragen hoe je je “voelt”. In de jaren zestig van de vorige eeuw, de periode dat ik op de lagere school zat, was dat net even iets anders. Op school heerste een ijzeren discipline en daar voelde je namelijk vooral  de liniaal !

De lagere school van toen had iets weg van een kruising tussen een klooster en een militaire kazerne. Stilzitten was geen suggestie maar een ingebakken levenswijze. Praten mocht, mits je eerst je vinger opstak, toestemming kreeg, en vervolgens exact zei wat de meester wilde horen. Creativiteit en eigen initiatief bestond wel, maar werd streng gereguleerd: dus geen fratsen uithalen maar binnen de lijntjes kleuren, letterlijk en figuurlijk.

En dan de straffen. Die waren, laten we zeggen, “leerzaam” op een manier die tegenwoordig een spoedcursus kinderpsychologie zou rechtvaardigen. De klassieker was natuurlijk de liniaal op de vingers. Niet zomaar een tikje, nee, een goed gemikte klap die ervoor zorgde dat je spontaan weer wist wat 7 keer 8 was. En anders kreeg je gewoon nog een herkansing. En natuurlijk op dezelfde manier.

Had je het echt te bont gemaakt? Dan mocht je in de hoek gaan staan. Met je gezicht naar de muur, alsof je een bijzonder interessante baksteen inspecteerde. Soms moest je zelfs op één been staan. Waarom? Geen idee. Waarschijnlijk om je alvast voor te bereiden op een carrière als flamingo.

En dan was er nog het beruchte “nablijven”. Tegenwoordig klinkt dat bijna gezellig, even rustig je werk afmaken. In de jaren zestig betekende het: jij blijft, de rest gaat buitenspelen, en jij mag nadenken over je zonden terwijl de klok tergend langzaam tikt. Elke seconde voelde als een persoonlijke aanval. En wat dacht je van dat die onzinnige strafregels schrijven. Een keer of 500 strafregels schrijven over zoiets in de trent van "Ik mag niet in de klas zonder toestemming van de meester praten". Ja, dat was een educatief hoogstandje in die tijd.

Het regime was strak. De meester was de baas, punt uit. Discussie? Dat bestond niet. Ouders stonden meestal vierkant achter de school, wat betekende dat je thuis vaak nog een preek kreeg als je straf had gehad. “Je zult het er wel naar gemaakt hebben,” was een veelgehoorde conclusie van het thuisfront.

Toch, en dit is misschien het wonderlijke, kijken veel mensen er met een zekere nostalgie op terug. Niet per se naar de tikken (die mogen rustig in het museum blijven), maar naar de duidelijkheid. Je wist waar je aan toe was. Regels waren regels, en iedereen kende ze.

En eerlijk is eerlijk: er zat ook iets komisch in. De meester die met een strak gezicht probeerde orde te houden terwijl iemand achterin een propje de klas inschoot. De hele klas die collectief zijn adem inhield als de liniaal werd gepakt. Het waren kleine drama’s in een wereld die eigenlijk heel overzichtelijk was.

Zou dit vandaag in de huidige tijd nog kunnen? Absoluut niet. En dat is maar goed ook. Maar het was wel een tijdperk dat, met een knipoog, mooie verhalen oplevert. Verhalen over linialen, strafhoeken en meesters met een blik die zelfs de stoutste leerling weer kaarsrecht liet zitten en die dondersgoed wist wat wel of niet mocht.

En laten we eerlijk zijn: we hebben er in elk geval één ding van geleerd… ...hoe razendsnel je stil kon zijn !!

Quote: Jammer dat je schooltijd alleen maar achteraf de leukste tijd van je leven is !!

vrijdag 3 april 2026

Sporten als senior houd je jong en fit !!


Er was een tijd, zo ergens rond mijn 35e levensjaar, dat ik dacht dat knieën onverwoestbaar waren. Dat je lichaam een soort Zwitsers zakmes was: altijd klaar, altijd scherp, en met een ingebouwde turbo. 

Hardlopen? Laat me niet lachen, dat deed ik niet, nee joh… ik vloog soepel en snel over kilometers lange routes. Marathons? Ach, daar haalde ik mijn neus niet voor op, ik was zo goed getraind, dat het bijna leek op een lange zondagse trainingssessie  met een startnummer en een banaan.

Ik liep zo beetje bijna elke dag. Regen, wind, hittegolf, het deerde mijn niet, trainingsoutfit aan en ik ging. Mijn sporthorloge (toen nog zo’n ouderwets ding dat meer op een magnetron leek) piepte vrolijk, en ik voelde me onoverwinnelijk. Herstel? Dat was iets voor zwakkelingen. De volgende dag gewoon weer gaan en lopen. En mijn spieren? Die hoorde je niet te voelen, die hoorde je te gebruiken, wat natuurlijk perfect gebeurde.

En dan even stilstaan bij de dag van vandaag. Ben nu op een jaar af bijna 70 jaar. Ben nog steeds sportief, gelukkig wel. Maar laat ik het zo zeggen: mijn lichaam heeft tegenwoordig een eigen mening. En die laat zich zonder enige twijfel soms op kritische wijze horen.

Tennis speel ik nog steeds, twee tot drie keer per week. Hartstikke leuk en voel me soms net Roger Federer in zijn beste jaren. Alleen… vroeger rende ik achter elke bal aan alsof ik de finale op Wimbledon speelde. Nu kijk ik eerst even: “Is die bal het wel waard?” En dan besluit ik zo af en toe dat de bal ook prima zonder mij verder kan leven en laat het voor wat het is.

En dan de loopband? Dat is mijn nieuwe trainingsmaatje geworden. Minimaal drie keer per week sta ik erop. Vroeger rende ik dus buiten door bossen en langs velden, nu staar ik naar een muur en ben ik al trots als ik niet op de noodstop druk omdat ik één of ander vervelend pijntje voel in mijn gewrichten. Behoedzaam sporten, noemen ze dat.

En wandelen… ja, ik loop veel. Vrijwillig zelfs. Vroeger was wandelen iets wat je deed als je geblesseerd was of je leven niet op orde had. Nu noemt men het “actief herstel” en klinkt het ineens professioneel.

Het grootste verschil? Vroeger dacht ik: hoe harder, hoe beter. Nu denk ik: hoe slimmer, hoe beter. En soms ook: hoe minder pijntjes morgen, hoe beter.

Want pijntjes… die heb ik inmiddels wel leren kennen als huisgenoten. Ze zijn er gewoon, dat is nu eenmaal de consequentie van het ouder worden. Mijn knie zegt: “Goedemorgen.” Mijn rug zegt: “Doe eens rustig aan.” Maar mijn verstand zegt, wel lekker blijven bewegen, is goed voor je gewrichten en uiteindelijk weet je ook om te gaan met wat vervelende ongemakken. Dus, los van je leeftijd, sporten houd je jong en je voelt je er goed en fit bij, althans ik wel !! Dus.....als je lichaam het toestaat, blijf lekker bewegen, juist op latere leeftijd !!

Quote: Luister naar je lichaam, maar je wordt niet sterker door op te geven, maar door het doorzetten.