Het begon afgelopen vrijdag nog
een beetje onschuldig. Een paar vlokjes. “Ach wat leuk,” zeiden we tegen
elkaar. Een beetje sneeuw is altijd wel aardig en geeft mooie plaatjes. De
ervaring van de laatste jaren had ons geleerd, dat die sneeuw in een dag of wat
wel weer verdwenen zou zijn.
Dus niets om zorgen over te
maken. Maar Nederland onderschatte de sneeuw. De sneeuw daarentegen had zich
uitstekend voorbereid. Binnen 24 uur was het openbare leven veranderd in een
logistiek rampscenario met desastreuze gevolgen.
Het openbaar vervoer nam
collectief het besluit om even niet meer mee te doen. Treinen stonden stil op
plekken waar ze normaal gesproken nooit stilstaan, bussen kwamen in veel steden
de garage niet meer uit en daar waar er toch nog gereden werd, veranderden die
bussen in mobiele iglo’s. Reizigers
voerden intense gesprekken onderling en leerden elkaar beter kennen op perrons
of haltes waar niets meer reed.
Op Schiphol ging het al net zo
voortvarend. Vluchten werden gecanceld alsof het aanbiedingen bij de Action
waren. “Uw vlucht is helaas geannuleerd wegens de sneeuw,” klonk het
vriendelijk, terwijl buiten een verdwaalde sneeuwschuiver heldhaftig probeerde
baan 3 terug te vinden. Mensen strandden, koffers huilden zachtjes, en Schiphol
leek plots verdacht veel op een winters vakantiepark zonder entertainment.
Intussen gaf de
vuilnisophaaldienst er ook de brui aan. In plaats van vuilophalen lag nu de
prioriteit bij sneeuwschuiven en proberen met de pekelwagens de wegen een
beetje begaanbaar te maken. Gevolg:
vuilcontainers puilden uit en waren omringd met gigantische bergen aan
vuilniszakken die volzaten met de afval restanten van de Kerstperiode en oud
jaar. Buiten hielden de meeuwen spoedvergaderingen. “Dit is onze kans,” leken
ze te krijsen, terwijl ze strategische aanvallen uitvoerden op die half
bevroren afvalzakken. Het zorgde voor een veelvoud aan open gescheurde zakken
met als gevolg nog meer rotzooi op straat.
Boodschappen doen werd een
survivaltocht. De supermarkt lag op slechts 300 meter afstand, maar voelde als
een expeditie naar de Zuidpool. Mensen trokken thermokleding aan, gaven hun
partner een afscheidskus en fluisterden: “Als ik niet terugkom, er ligt soep in
de vriezer.” Binnen in de supermarkt waren de schappen leeg. Geen brood, geen
melk, geen wc-papier en geen ingrediënten voor een lekkere pan kippensoep, die
o zo goed was tegen de griep waar je al dagen lang last van had. Alleen een
eenzame pot met zure bommen keek je hoopvol aan.
Auto’s verdwenen volledig onder
sneeuwmassa’s en veranderden in abstracte kunst. Wegen waren onbegaanbaar.
Navigatiesystemen gaven het op en adviseerden simpelweg: “Succes, ik ben er
even niet.” Fietsers werden voor het laatst gezien toen ze vastbesloten
vertrokken, om nooit meer met hun tweewieler terug te keren.
Nederland was compleet de weg
kwijt. Letterlijk en figuurlijk. We zijn een land dat bij drie centimeter
sneeuw al in een enorme crisis belandt. We hebben draaiboeken voor
overstromingen, pandemieën en voetbalrellen, maar voor de winter? Nee hoor.
Winter is een verrassing. Elk jaar weer. We doen alsof het een exotisch
natuurverschijnsel is, iets wat alleen in Scandinavië voorkomt of in de
herinneringen van je opa.
Maar stel je nou eens voor: wat
als het nou eens echt winter wordt. Wekenlang. Zoals vroeger. Met dichtgevroren
sloten, sneeuwduinen tot aan de heupen en kinderen die wisten wat een slee was.
Wat doen we dan? Gaan we dan in plaats van met de auto met de arrenslee naar het werk en schaffen we allemaal een husky aan om je slee voor te trekken? En misschien gaan we ook weer ouderwets brieven schrijven naar vrienden en bekenden omdat de
internetkabels hopeloos bevroren zijn.
Misschien, heel misschien, zou
het ons ook iets kunnen brengen. Wat minder stress en meer rust. Je gaat nauwelijks weg , dus je hebt alle tijd om samen met de buren sneeuw te scheppen en een heerlijke beker warme
chocolademelk te drinken. We zijn minder gehaast, meer tijd voor elkaar, dus we gaan ook weer wat vaker mooie
verhalen tegen elkaar vertellen. Maar goed, eerst moeten we deze week nog zien te overleven. Met dicht gesneeuwde auto's, gladde stoepen, lege winkels en met nog bergen sneeuw in het verschiet in een land dat tijdelijk totaal compleet van het pad af
is.
En ondertussen kijk je naar buiten waar het weer begint te sneeuwen.
Onverstoorbaar. Alsof "Koning Winter" wil zeggen: wen er maar aan !!
Quote: Ondanks de overlast , maakt de sneeuw van de wereld een heel mooi sprookje !!