woensdag 28 januari 2026

Verkiesbaar voor wijkraad Zevenkamp op 18 maart !!

 

Beste buurtbewoner,

Mijn naam is André Paans en ik woon al 30 jaar met veel plezier in Zevenkamp. Omdat ik graag meedenk en meewerk aan een fijne leefomgeving, stel ik mij kandidaat voor de wijkraadsverkiezing op 18 maart.

Ik vind het belangrijk dat bewoners hun stem kunnen laten horen over zaken die in onze wijk beter kunnen. Ik wil mij als wijkraadslid naast tal van andere thema's, met name inzetten op onderstaande onderwerpen, die naar mijn opvatting meer aandacht behoeven:

  • Verkeersveiligheid;
  • Sociale veiligheid;
  • Goede voorzieningen voor jongeren en senioren;
  • Een sterkere verbinding tussen bewoners;

De komende weken ga ik de wijk in en kom graag met u in gesprek. Ook zal ik via de socials diverse berichten plaatsen. Hierdoor krijgt u een nog beter beeld wie ik ben, wat ik voor de wijk zou kunnen betekenen en hoe we dit gezamenlijk voor elkaar kunnen krijgen.

Wat vindt u belangrijk in onze wijk?  Spreek mij gerust aan, reageer op de berichten die ik plaatst, of stuur een mail naar: alpa1957@gmail.com

Samen maken we onze wijk nog prettiger om in te wonen.

“Met Hart voor de wijk en Oog voor de mens”

Met hartelijk groet,

André Paans – uw kandidaat voor de wijkraad Zevenkamp


donderdag 22 januari 2026

Loyaliteit biedt geen garantie op service !!

Daar zat ik dan. Een kopje koffie, een koekje, en een lichte zenuwtrek in mijn rechterooglid. Want ik had zojuist ontdekt hoe ware loyaliteit wordt beloond in de wereld van zorgverzekeraars. Natuurlijk niet met een bloemetje. Ook niet met een bedankkaart. Zelfs stuurt men geen digitale handdruk. Nee, je wordt beloond met een 30 dagen wachttermijn op je eigen geld.

Laat ik bij het begin beginnen. Ik was 46 jaar klant bij zorgverzekeraar IZA. Zesenveertig jaar. Dat is langer dan sommige huwelijken duren. Ik had, toen ik eind december mijn verzekering opzegde, op z’n minst verwacht dat men een afscheidsbriefje zou sturen, of even telefonisch contact met me op zou nemen om te vragen naar de reden. Zoiets als: “Beste trouwe klant, wat jammer dat u vertrekt. Kunnen we nog iets  voor u doen?”

Maar nee. Ik zeg mijn verzekering op, en het bleef akelig stil. Geen belletje. Geen mailtje. Geen rooksignaal. Niet eens een automatische chatbot met een empathie-instelling, geen enkele reactie. Blijkbaar is 46 jaar klant zijn vergelijkbaar met een voorbijganger die even een winkel in loopt om te vragen waar de wc is.

Maar toen kwam het hoofdstuk “Teruggave premie”. Ik had uiteraard altijd al vooruitbetaald. Want zo werkt dat: eerst betalen, dan pas zorg krijgen, en daarna nog formulieren invullen om te bewijzen dat je bestaat. Na beëindiging van de verzekering krijg je geld terug. Logisch. Maar IZA heeft daar toch wel een bijzondere kijk op.

Hoewel er in de wet niets omschreven staat waar men zich als organisatie wettelijk aan dient te houden, hanteert IZA een absurd lange termijn van 30 dagen.  Dertig dagen. Niet omdat het technisch moeilijk is om die teveel betaalde premie te restitueren, maar je krijgt het gevoel dat men dit geld eerst laat rijpen in een kluis. 

En toen dacht ik ineens: “Wat gebeurt er eigenlijk met mijn geld in die 30 dagen?” Juist. Het staat lekker bij hen op de rekening. Beetje rente meepakken. Klein extraatje voor die IZA. Alsof ze zeggen: “Bedankt voor uw jarenlange loyaliteit. We houden nog even uw geld vast. Doet u gerust wat andere dingen, wij passen erop.” Het voelt een beetje alsof je jas bij de garderobe hangt en men zegt: “U krijgt hem terug, maar pas over een maand. Hij hangt hier zo lekker warm.” 

En ondertussen ontdekte ik nog iets moois. Mijn nieuwe zorgverzekering die ik heb afgesloten heeft zelfde dekking en met minder poespas eromheen en blijkt veel goedkoper op jaarbasis. Serieus. Jarenlang heb ik blijkbaar premium betaald voor het privilege om nu genegeerd te worden bij vertrek. Dat is pas wat men noemt een geweldig goed service concept.

Even samengevat:

✔    46 jaar klant
✔    Geen enkele moeite gedaan om mij te behouden
✔    Teruggave premie: “over 30 dagen, dank u wel”
✔    Renteopbrengst is voor hen
✔    Nieuwe zorgverzekering: vele malen goedkoper

Het voelt een beetje als uit een restaurant vertrekken na 46 jaar vaste klant te zijn geweest, waarna de ober zegt: “Dank u. Uw jas krijgt u volgende maand. En trouwens: de buurman serveert hetzelfde eten voor minder geld. En natuurlijk heb ik contact gezocht met IZA om mijn geld sneller over te maken dan wat zij van plan zijn. Tijdens dit gesprek heb ik het maar opgegeven, want je kan je veters uit je schoenen lullen, je komt als consument met zo'n medewerker aan de telefoon geen stap verder. En wat ze doen is zelfs wettelijk niet verboden, het zal wel in de kleine lettertjes van de polis staan, wat ik natuurlijk na 46 jaar niet meer scherp op mijn netvlies heb staan. Het geeft in ieder geval de arrogantie van hun macht weer. 

Nu ben ik gelukkig financieel draagkrachtig genoeg, maar je zal toch over een minimaal inkomen beschikken en misschien zelfs bijna geen euro te makken hebben. Op deze wijze worden deze mensen door zo'n hautaine maatschappij financieel in de problemen gestort. Helaas wederom een voorbeeld hoe deze maatschappij aan het afglijden is. Maar toen ik uiteindelijk weer bedaard was gebeurde er 's avonds iets wat ik niet meer verwacht had. Blijkbaar heeft mijn boosheid tijdens het eerder genoemde telefoongesprek toch nut gehad. Want tot mijn stomme verbazing ontving ik bericht dat men het geld direct zou overmaken en ja hoor, binnen een paar uur stond het inderdaad op mijn rekening. Tot slot heb ik maar mijn mijn glas geheven op mijn nieuwe zorgverzekeraar. En de IZA? Die stuur ik misschien nog een kaartje: “Bedankt voor alles. Vooral voor het koesteren van een langdurige klant.”

Quote: Verzekeraars, hoe kleiner de lettertjes, hoe groter de kantoren van die bedrijven !, 

vrijdag 16 januari 2026

50 jaar mode op één kledinghanger !!

De afgelopen vijftig jaar heeft onze kleding een enorme verandering ondergaan. Je staat daar natuurlijk niet elke dag bij stil, maar de ontwikkeling van de mode zegt ook iets over de evolutie van de mens. 

Neem als voorbeeld het badpak. In de jaren zestig, was dat hooggesloten, stevig en kuis. De dames gingen niet zwemmen, nee ze leken wel kikvorsmannen in een duikklok. Het badpak zei: “Pas op hé, ik ben hier om fatsoenlijk nat te worden.”

Tien jaar later werd die preutsheid een beetje opzij gezet en knipte iemand dat badpak doormidden. Men noemde het ineens een bikini. Nog weer wat later verdween ook het bovenstukje. Topless zonnen werd zo beetje de standaard en als normaal gevonden. De boodschap was duidelijk: hoe minder stof, hoe meer vrijheid en dit was tekenend voor de jaren 70 en 80.

En in die jaren kwamen ook de hotpants. Broekjes zo kort dat ze officieel meer knoop dan kledingstuk waren. En onder die minuscuul korte hotpants droegen de dames veelal ook hoge laarzen die tot over de knieën rijkten. Die hotpants werden gedragen met trots, lef en een flinke dosis zelfvertrouwen. Of gewoon omdat iedereen ze droeg en niemand wilde toegeven dat zitten ineens een risicosport was geworden. 

En dan de zondagse kleding. Vroeger had je “goede kleren”. Die kwamen alleen uit de kast om naar de kerk, op visite of naar een begrafenis te gaan. Tegenwoordig bestaat dat onderscheid niet meer, behalve dat je soms het idee krijgt dat bijna niemand zich nog een beetje netjes en fatsoenlijk aankleedt. Het onderscheid tussen nette kleding en werkkleding is compleet vervaagd. Vooral omdat werkkleding nu heel vaak bestaat uit een joggingbroek met een moderne uitstraling.

In de jaren zestig en zeventig kwam ook de spijkerbroek op. Oorspronkelijk arbeiderskleding, later het uniform van jongeren die zich wilden afzetten tegen hun ouders terwijl ze exact dezelfde broek droegen als hun vader in de tuin. Daarna kwamen de wijde pijpen in de mode. Broeken zo breed dat je er bij harde wind spontaan mee kon opstijgen. Felle kleuren deden de rest: oranje, paars, gifgroen, je kreeg er werkelijk pijn aan je ogen van.

De Afghaan jas verscheen ook: een vachtachtige mantel die stonk als een bunzing met griepverschijnselen als je er mee in de regen liep. Hij was warm, zwaar en praktisch onwasbaar. Veel popartiesten uit die tijd verschenen in zo'n  jas en het waren met name ook de hippies in de 70e jaren die deze dingen droegen. Veel van hen gedroegen zich als fantasievolle en dromerige jongeren waarbij ze zich voelden als wereldverbeteraars. 

De jaren tachtig voegden schoudervullingen toe. Mensen zagen eruit alsof ze permanent klaarstonden om deel te nemen aan een rugbywedstrijd. Haarlak werd in grote hoeveelheden in het haar gespoten, want kapsels moesten heftige orkanen kunnen weerstaan. De mode in die periode was niet subtiel, maar extravagant, experimenteel en voorzien van iconische trends.

Toen kwam de 21e eeuw. Alles mocht ineens, niets was fout. Skinny jeans zo strak dat je bloedsomloop spontaan in de knoop schoot. Later werden de wijde pijpen weer populair, want mode is soms zo onnavolgbaar en het best te vergelijken als een boemerang met geheugenverlies. De kleding werd sportief, comfortabel en uiteindelijk ook lui. De joggingbroek verliet de bank en verscheen op straat. Eerst stiekem, toen schaamteloos, nu is het zelfs  een “high fashion” trend.

Vandaag dragen we sneakers onder een net pak, hoodies naar een vergadering en een pyjama tijdens het thuiswerken. Badkleding? Alles kan vandaag de dag. Volledig bedekt, miniem klein, of gewoon een handdoek strategisch vastgehouden.

Conclusie: kleding vertelt de geschiedenis van de mens. Van kuis naar bloot, van strak naar wijd, van netjes naar vrijgevochten. Over vijftig jaar dragen we waarschijnlijk zeer duurzame kleding die gerecycled wordt i.v.m. de alsmaar toenemende stikstof problematiek. En wie weet, misschien wordt het ook weer gewoon het hooggesloten badpak. Want mode heeft humor. En vooral: het kent zeker geen schaamte !!

Quote: Mode is te vergelijken met een emotie wat je aantrekt !!

zaterdag 10 januari 2026

Van encyclopedie naar informatie in je broekzak !!

Er was een tijd, meer dan een dikke 30 jaar geleden, dat “iets opzoeken” een fysieke activiteit was. Niet even snel je telefoon pakken, nee, je liep naar de boekenkast. En daar stond hij. 

De encyclopedie. Vaak een imposante rij dikke, zware boeken met goudkleurige letters op de rug. A tot en met Z. Letterlijk de wereld verkennen in soms wel twintig delen.

Wilde je iets weten over laten we zeggen, walvissen. Dan pakte je het deel met de letter W. Wilde je weten wie Napoleon was. Dan pakte je deel N. Het was bijna een sport: zo snel mogelijk het juiste boek vinden, open slaan, wijsvinger langs de bladzij laten glijden en hopen dat je onderwerp erin stond. Want ja, soms kwam het ook voor dat het er gewoon niet in stond. Dan had je pech. Je was afhankelijk van die encyclopedie en die had gesproken.

Maar jaren geleden deed de digitale wereld plotsklaps zijn intrede. Ineens was daar de computer. Eerst een groot en langzaam apparaat met dat heerlijke piepende inbelgeluid om verbinding te maken met het internet. Websites werden ontzettend traag ingeladen in die tijd, zodat je rustig koffie kon gaan zetten in afwachting dat je pagina uiteindelijk geladen was. Maar met deze digitale vooruitgang kon je ineens thuis informatie vinden zonder de boekenkast te plunderen. Google verscheen en dat veranderde alles. Geen encyclopedie meer nodig; gewoon een handige zoekbalk. Effetjes een zoekwoord intypen, druk op de enter knop, en voilà: miljoenen resultaten. Je kreeg het gevoel alsof je aan het toveren was.

Maar het stopte daar niet mee. Nee hoor, de technologie ging steeds verder. Het ging steeds sneller, slimmer en handiger. Wikipedia kwam. Een gratis digitale encyclopedie voor iedereen. Geen zware boeken meer, geen stofnesten boven op de kast. Je hoefde alleen nog maar te scrollen om op zoek te gaan naar informatie.

En toen…, toen kwam de smartphone. Informatie verhuisde plotsklaps naar je broekzak. Ooit moest je naar de bibliotheek voor het maken van een werkstuk. Nu vraag je tijdens het ontbijt aan Google wie de uitvinder van de gloeilamp was. Of je checkt het even terwijl je in de rij staat bij de supermarkt.

En alsof dat ook nog niet genoeg is. Momenteel leven we in het tijdperk van sociale media. WhatsApp, Facebook, Instagram en nog een andere berg aan verschillende apps. Informatie is niet alleen iets wat je opzoekt; het vliegt de hele dag om je oren. Nieuws, meningen, filmpjes, vakantiefoto’s van mensen die je vaag kent. Alles in real time en het wordt je gratis en ongevraagd aangeboden. Die oude vertrouwde encyclopedie zou zich rot schrikken en er duizelig van worden.

Als klap op de vuurpijl is er tegenwoordig ook nog ChatGPT. Dat is geen boek of zoekmachine, maar een gesprekspartner die je op alle vragen antwoorden geeft alsof je een slimme vriend hebt opgebeld. De technologische mogelijkheden voor het vergaren van informatie zijn vandaag de dag dus enorm toegenomen en verbeterd.

Maar toch mis ik iets aan al die nieuwe technologie. Die oude manier van zoeken in een encyclopedie had iets charmants in zich,  en dat was het bladeren. Je had hierbij tijdens het zoeken vaak de kans op een toevalstreffer. Je zocht iets op over walvissen en kwam ineens een handig artikel tegen over windmolens waar je ook iets over wilde weten. Het was eigenlijk een pure ontdekkingsreis. Nu is alles gericht op snelheid en juistheid. Is dat handig? Absoluut waar, maar het is een beetje minder avontuurlijk geworden.

Van zware boeken naar lichte telefoons. Van zoeken met je vinger langs papier naar spreken tegen een apparaat. We leven in een wonderlijke tijd. En eerlijk is eerlijk: met deze vooruitgang ben ik hartstikke blij, maar toch, soms mis ik de geur van die oude vertrouwde encyclopedie, hoewel ik die zware boeken zeker niet meer op zou willen tillen. Want geef eerlijk toe: informatie binnen twee seconden, gewoon vanaf de bank? Dat is toch een luxe en pure magie.

Quote: We zijn allemaal blij met voortuitgang, maar hebben een hekel aan verandering !!

dinsdag 6 januari 2026

Winter in Holland !!

Het begon afgelopen vrijdag nog een beetje onschuldig. Een paar vlokjes. “Ach wat leuk,” zeiden we tegen elkaar. Een beetje sneeuw is altijd wel aardig en geeft mooie plaatjes. De ervaring van de laatste jaren had ons geleerd, dat die sneeuw in een dag of wat wel weer verdwenen zou zijn.

Dus niets om zorgen over te maken. Maar Nederland onderschatte de sneeuw. De sneeuw daarentegen had zich uitstekend voorbereid. Binnen 24 uur was het openbare leven veranderd in een logistiek rampscenario met desastreuze gevolgen.

Het openbaar vervoer nam collectief het besluit om even niet meer mee te doen. Treinen stonden stil op plekken waar ze normaal gesproken nooit stilstaan, bussen kwamen in veel steden de garage niet meer uit en daar waar er toch nog gereden werd, veranderden die bussen in mobiele iglo’s.  Reizigers voerden intense gesprekken onderling en leerden elkaar beter kennen op perrons of haltes waar niets meer reed.

Op Schiphol ging het al net zo voortvarend. Vluchten werden gecanceld alsof het aanbiedingen bij de Action waren. “Uw vlucht is helaas geannuleerd wegens de sneeuw,” klonk het vriendelijk, terwijl buiten een verdwaalde sneeuwschuiver heldhaftig probeerde baan 3 terug te vinden. Mensen strandden, koffers huilden zachtjes, en Schiphol leek plots verdacht veel op een winters vakantiepark zonder entertainment.

Intussen gaf de vuilnisophaaldienst er ook de brui aan. In plaats van vuilophalen lag nu de prioriteit bij sneeuwschuiven en proberen met de pekelwagens de wegen een beetje begaanbaar te maken.  Gevolg: vuilcontainers puilden uit en waren omringd met gigantische bergen aan vuilniszakken die volzaten met de afval restanten van de Kerstperiode en oud jaar. Buiten hielden de meeuwen spoedvergaderingen. “Dit is onze kans,” leken ze te krijsen, terwijl ze strategische aanvallen uitvoerden op die half bevroren afvalzakken. Het zorgde voor een veelvoud aan open gescheurde zakken met als gevolg nog meer rotzooi op straat.

Boodschappen doen werd een survivaltocht. De supermarkt lag op slechts 300 meter afstand, maar voelde als een expeditie naar de Zuidpool. Mensen trokken thermokleding aan, gaven hun partner een afscheidskus en fluisterden: “Als ik niet terugkom, er ligt soep in de vriezer.” Binnen in de supermarkt waren de schappen leeg. Geen brood, geen melk, geen wc-papier en geen ingrediënten voor een lekkere pan kippensoep, die o zo goed was tegen de griep waar je al dagen lang last van had. Alleen een eenzame pot met zure bommen keek je hoopvol aan.

Auto’s verdwenen volledig onder sneeuwmassa’s en veranderden in abstracte kunst. Wegen waren onbegaanbaar. Navigatiesystemen gaven het op en adviseerden simpelweg: “Succes, ik ben er even niet.” Fietsers werden voor het laatst gezien toen ze vastbesloten vertrokken, om nooit meer met hun tweewieler terug te keren.

Nederland was compleet de weg kwijt. Letterlijk en figuurlijk. We zijn een land dat bij drie centimeter sneeuw al in een enorme crisis belandt. We hebben draaiboeken voor overstromingen, pandemieën en voetbalrellen, maar voor de winter? Nee hoor. Winter is een verrassing. Elk jaar weer. We doen alsof het een exotisch natuurverschijnsel is, iets wat alleen in Scandinavië voorkomt of in de herinneringen van je opa.

Maar stel je nou eens voor: wat als het nou eens echt winter wordt. Wekenlang. Zoals vroeger. Met dichtgevroren sloten, sneeuwduinen tot aan de heupen en kinderen die wisten wat een slee was. Wat doen we dan? Gaan we dan in plaats van met de auto met de arrenslee naar het werk en schaffen we allemaal een husky aan om je slee voor te trekken? En misschien gaan we ook weer ouderwets brieven schrijven naar vrienden en bekenden omdat de internetkabels hopeloos bevroren zijn.

Misschien, heel misschien, zou het ons ook iets kunnen brengen. Wat minder stress en meer rust. Je gaat nauwelijks weg , dus je hebt alle tijd om samen met de buren sneeuw te scheppen en een heerlijke beker warme chocolademelk te drinken. We zijn minder gehaast, meer tijd voor elkaar, dus we gaan ook weer wat vaker mooie verhalen tegen elkaar vertellen. Maar goed, eerst moeten we deze week nog zien te overleven. Met dicht gesneeuwde auto's, gladde stoepen, lege winkels en met nog bergen sneeuw in het verschiet in een land dat tijdelijk totaal compleet van het pad af is.

En ondertussen kijk je naar buiten waar het weer begint te sneeuwen. Onverstoorbaar. Alsof  "Koning Winter" wil zeggen: wen er maar aan !!

Quote: Ondanks de overlast , maakt de sneeuw van de wereld een heel mooi sprookje !!

donderdag 1 januari 2026

Oudejaarsavond in de luwte !!


Tijdens de afgelopen jaarwisseling besloten wij als gezin het anders te doen. Geen gordijnen dicht, geen televisie harder om de knallen te overstemmen, geen nerveus kijken naar de klok tot het “eindelijk voorbij” zou zijn. 

We pakten wat spullen bij elkaar en trokken naar een rustig bungalowpark in Zeeland, weg van de dichtbebouwde woonwijken waar het vuurwerk zich elk jaar weer als een oorlogstoneel aandient. Een bewuste keuze: we wilden de enorme knallen van het vuurwerkgeweld tijdens de jaarwisseling zoveel mogelijk ontlopen.

Het park lag er rustig bij. Kaal, winters, en de bungalow was van alle gemakken voorzien. In de verte zagen we af en toe lichtflitsen boven de bomen uitkomen, en in het park zelf hoorde we af en toe een beschaafde knal, maar het bleef gedempt, alsof de natuur zelf het geweld probeerde te filteren. Geen oorverdovende knallen vlak naast je, geen sissende lonten op straat, geen paniek in de ogen van dieren. Alleen heel veel stilte, afgewisseld met soms een verre dreun die je nauwelijks opmerkte.

Het voelde bijna onwerkelijk. Alsof we even buiten de tijd stonden, los van de collectieve gekte die oudejaarsavond voor velen nog steeds is. En eerlijk gezegd: het was verademend. Geen angst, geen irritatie, geen machteloosheid. Gewoon samen het jaar afsluiten, rustig, gezellig met elkaar en zonder schade.

Terwijl we heerlijk relaxed in onze bungalow zaten, gingen mijn gedachten onvermijdelijk uit naar de andere kant van diezelfde jaarwisseling. We keken met een treurig gevoel naar de talloze berichten die via televisie en sociale media binnenstroomden.  Ook dit jaar weer volop ellende: gewonden met verbrande handen, ogen die het nooit meer zullen doen, huizen en auto’s beschadigd of verwoest. En erger nog: de hulpverleners die keer op keer het volle pond krijgen. Brandweer, politie, ambulancepersoneel, mensen die er zijn om te helpen, maar die worden uitgescholden, belaagd met vuurwerk of bekogeld met alles wat los en vast zit. Oudejaarsavond 2025, het is te treurig voor woorden.

Dat het afsteken van vuurwerk in 2026 gelukkig compleet verboden wordt, voelt dan ook als een opluchting. Niet omdat alles dan ineens perfect zal zijn, maar omdat het eindelijk een duidelijke grens stelt. Na al die slachtoffers, doden en vernielingen kon het eigenlijk niet anders. Sommige tradities zijn hun onschuld al lang kwijtgeraakt.

Toch knaagt er ook iets. Want laten we eerlijk zijn: de echte diehards zullen zich waarschijnlijk niet zomaar neerleggen bij een verbod. Die zware cobra’s verdwijnen niet vanzelf. Illegale handel zal blijven bestaan, ergens in schuren, achterafstraatjes en via schimmige kanalen. Dat besef maakt me somber. Niet zozeer uit angst voor wat komt, maar uit verdriet over wat we blijkbaar normaal zijn gaan vinden.

De maatschappij heeft op dit terrein flinke klappen gehad. Respect voor elkaar, voor hulpverleners, voor regels die bedoeld zijn om levens te beschermen, het lijkt soms allemaal naar de Filistijnen geholpen. En dat doet pijn, zeker als je beseft dat het ooit anders was. Rustiger, menselijker en gewoon stukken gezelliger.

Misschien was dat wel de grootste winst van onze oudejaarsavond op het park: even afstand nemen, even ademhalen, even voelen dat het ook anders kan. Minder lawaai, geen agressie, meer aandacht voor elkaar. Laat dat het goede voornemen zijn. Niet alleen voor het nieuwe jaar 2026, maar ook voor de jaren die volgen.

Quote: Nieuw jaar is een perfect moment om de bladzijde om te slaan en opnieuw te beginnen !!