vrijdag 26 juni 2026

Tot volgend jaar, Familie Koolmees !!

Al wekenlang hing er een klein wondertje in de lucht van onze tuin. Hoog in het eenvoudige houten vogelhuisje, had een dapper paartje koolmezen besloten hun gezin te stichten. Voor ons leek het huisje stil, maar achter het ronde vlieggaatje speelde zich een verhaal af vol geduld, zorg en nieuw leven.

In het begin zagen we alleen moeder koolmees af en toe verdwijnen in het kastje. Urenlang zat ze te broeden, terwijl vader waakzaam in de buurt bleef. Soms floot hij vanaf een tak alsof hij haar moed wilde inspreken. De tuin leek hun veilige wereld, en wij waren slechts bevoorrechte toeschouwers. Toen kwam de dag waarop de stilte veranderde.

Eerst heel zachtjes, bijna onhoorbaar, klonk er een piepje. Daarna nog één. En nog één. Binnen de kortste keren vulde een koor van hongerige snaveltjes de ochtend. Alsof het vogelhuisje een eigen hartslag had gekregen.

Vanaf dat moment begon een indrukwekkende estafette van een paar weken. Pa en ma koolmees vlogen onafgebroken af en aan. Met een rupsje, een vliegje of een klein spinnetje verdwenen ze telkens weer in het huisje, om seconden later alweer op zoek te gaan naar de volgende maaltijd. Hun energie leek onuitputtelijk.

Het mooiste was misschien wel de stilte die volgde zodra de kleintjes gegeten hadden. Dan viel er een tevreden rust over de tuin, alsof zelfs de wind wist dat de buikjes gevuld waren. Maar lang duurde dat nooit. Even later klonk opnieuw dat bekende gepiep, een vrolijke herinnering dat groeien hard werken is.

We betrapten ons erop dat we steeds vaker even naar buiten keken. Niet om iets groots te zien, maar juist om deze kleine dagelijkse wonderen niet te missen. Een flits van gele borstveertjes. Een snavel vol voedsel. Een kort moment waarop één van de ouders op het dakje van het vogelhuisje bleef zitten, alsof hij diep ademhaalde voordat de volgende vlucht begon.

Een spannende tijd brak aan. Achter dat houten wandje werden de jongen elke dag sterker. Hun veren groeiden gestaag en hun nieuwsgierigheid werd met de dag groter. En afgelopen woensdag was het zover. Zo af en toe stak er een dapper vogeltje zijn kopje uit het gat, keek de wereld in en besloot dat het bijna tijd was geworden.

Wij hadden het geluk om dit mooie moment van dichtbij te kunnen aanschouwen. Het ene na het andere jonge koolmeesje zou nu op elk moment gaan uitvliegen. En ja hoor, vogeltje voor vogeltje keek onwennig en nieuwsgierig uit de kleine opening van het huisje. Een beetje wiebelend, maar toch vastberaden kozen ze stuk voor stuk het luchtruim dat hun ouders al zo vaak doorkliefden. Misschien landen ze stuntelend in de struiken of op het gras, om daarna opnieuw op te stijgen. En ergens hoog boven onze tuin begon hun eigen avontuur.

Wij zullen ze gaan missen. Het vertrouwde gepiep in de vroege ochtend. Het onafgebroken heen en weer vliegen van de ouders. Onze nieuwsgierige blikken naar het vogelhuisje tijdens het ontbijt of bij een kop koffie in de zon. Het was maar een klein gezin van vogels, en toch bracht het leven in onze tuin op een bijzondere manier dichterbij.

Misschien blijft het huisje daarna tot volgend voorjaar leeg. De wind zal er weer zachtjes langs strijken en de takken van de bomen zullen bewegen zoals altijd. Maar wie goed luistert, hoort misschien nog een echo van al die hongerige stemmetjes die hier opgroeiden.

En terwijl de zomer verder trekt, bewaren wij de herinnering aan deze bijzondere tuinhuisgenootjes.

Tot volgend jaar, familie koolmees. De deur van jullie kleine houten huis staat weer voor jullie open, en wij kijken nu al uit naar het eerste zachte gepiep dat opnieuw zal vertellen dat de lente haar belofte heeft waargemaakt.

Quote: Een koolmees in je tuin is een teken van vreugde en levendigheid !!

vrijdag 19 juni 2026

Nachtmerries, een bijzonder fenomeen !!

Iedereen heeft ze wel eens: nachtmerries. Die bizarre dromen waarin je wordt achtervolgd, valt van een flatgebouw, een belangrijk examen moet maken zonder ooit een les te hebben gevolgd of ontdekt dat je achtervolgt wordt door een bende criminelen.

Waar ze vandaan komen? Vaak uit de gekste hoeken.

Heb je overdag een spannende of emotionele dag gehad? Grote kans dat je ’s nachts in je droom die dag op geheel andere wijze gaat herbeleven. Ben je bang voor spinnen? Dan verandert dat kleine beestje in je droom moeiteloos in een monster ter grootte van een mammoet. En als er een belangrijke gebeurtenis aankomt, een vakantie, een verhuizing of een medische uitslag, dan besluit je brein daar een dramatische gebeurtenis van te maken waarin werkelijk alles misgaat.

Ook heftige emoties spelen graag mee. Een ruzie, verdrietig nieuws of een dag vol stress kan ervoor zorgen dat je hoofd ’s nachts nog even overuren draait. Alleen doet het dat niet op een keurig en rustige wijze, maar met zombies en enge figuren die je op allerlei manieren achter je aan zitten.

Zelf ben ik daar geen uitzondering op. Sterker nog, ik schijn soms zo op te gaan in mijn nachtmerries dat ik in mijn slaap begin te trappen. Niet expres natuurlijk. In mijn droom ben ik waarschijnlijk een inbreker aan het verjagen, een boze beer aan het ontwijken of ren achter een ontsnapte stier aan. In werkelijkheid ligt mijn vrouw vredig naast me… totdat ze ineens een onverwachte schop krijgt.

En het vervelende is: als ik wakker word, weet ik nergens meer iets van. Ik rek me uit, geeuw eens tevreden en vraag monter: “Lekker geslapen?”

Mijn vrouw kijkt me dan aan alsof ze zojuist twaalf rondes in de boksring heeft overleefd. “Jij misschien wel,” zegt ze. “Ik niet. Jij hebt vannacht geprobeerd een denkbeeldige inbreker uit te schakelen. Helaas lag ik in de vuurlinie.” Ik probeer mezelf nog te verdedigen. “Dat geloof ik niet hoor. Ik heb heerlijk stil gelegen.”

Waarop zij steevast antwoordt: “Dat dacht de lamp op mijn nachtkastje waarschijnlijk ook, voordat jij bijna het dekbed lanceerde.”

Het wonderlijke is dat onze dromen vaak gebaseerd zijn op heel gewone dingen. Een spannende voetbalwedstrijd wordt een gevecht op leven en dood. Een file op de snelweg verandert in een achtervolging door twintig boze vrachtwagens. Een vergeten afspraak mondt uit in een droom waarin je te laat komt op een afspraak met je tandarts… terwijl die plaatsvindt in een supermarkt.

Ons brein heeft duidelijk gevoel voor drama. Misschien moeten onderzoekers zich daar eens serieus over buigen. Ik zie het al voor me. Tien wetenschappers achter een glazen wand die mijn slaap analyseren.

“Hij begint onrustig te bewegen,” fluistert er één. “Interessant… waarschijnlijk verwerkt hij een stressvolle gebeurtenis.” Op dat moment geef ik een onverwachte trap. “Correctie,” zegt een ander. “Hij probeert een denkbeeldige piraat van boord te schoppen.”

Mijn vrouw heeft inmiddels geleerd alert te blijven. Zodra ik begin te mompelen of onrustig te draaien, schuift ze subtiel een stukje op. Ik vermoed zelfs dat ze strategisch de rand van het bed opzoekt, voor het geval mijn onderbewustzijn besluit dat ik de hoofdrol speel in een actiefilm.

Gelukkig kunnen we er achteraf samen om lachen. Want uiteindelijk zijn nachtmerries niets meer dan de creatieve uitspattingen van een brein dat overdag indrukken, spanningen, angsten en emoties probeert te verwerken. Alleen kiest mijn brein daarvoor niet de meest subtiele methode.

Dus mocht je partner midden in de nacht ineens praten, zwaaien met armen of, zoals in mijn geval, een spontane karatebeweging maken, schrik dan niet meteen. Grote kans dat hij of zij op dat moment de wereld aan het redden is.

Al zou mijn vrouw het persoonlijk fijner vinden als ik dat voortaan gewoon overdag doe.

Quote: Een nachtmerrie is net als een film, op enig moment is hij voorbij !!

vrijdag 12 juni 2026

WK koorts, wordt Oranje wereldkampioen (of niet) !!


Inmiddels is het WK voetbal begonnen. En zoals altijd verandert Nederland binnen de kortste keren van een normaal functionerend land in een licht hysterische oranje carnavalsvereniging met 18 miljoen bondscoaches, die uiteraard waanzinnig veel verstand van voetbal hebben.

vrijdag 5 juni 2026

Rotterdamse taalpareltjes: waar zijn ze gebleven !!

Rotterdam verandert sneller dan de getijden in een jaar. Gebouwen verdwijnen zomaar, nieuwe woontorens schieten uit de grond en zoals ik eerder al schreef, de oude volkswijken Crooswijk en Katendrecht zijn inmiddels onherkenbaar veranderd. Maar er is nog iets dat langzaam uit het straatbeeld verdwijnt: die ouderwetse Rotterdamse woorden en uitdrukkingen. Effetjes wat voorbeelden !

Neem nou het woordje "jôh". Vroeger kon je daar een compleet gesprek mee voeren. “Mooi weer, "jôh". "Ja, jôh". “Gaan we nog wat doen jôh" ?” "Ken wel, jôh".  Vier keer hetzelfde woordje, vier verschillende betekenissen. Probeer dat maar eens met kunstmatige intelligentie.

Of wat dacht je van een "bakkie pleur"? Tegenwoordig bestellen we een latte macchiato met havermelk, kaneel en een vleugje Himalayazout. Vroeger kreeg je gewoon een bakkie pleur. Sterke koffie waar je lepel rechtop in bleef staan. Als je daarmee een plant water gaf, groeide er spontaan een zonnebloem uit.

Een andere prachtige uitdrukking was: "Doe effe normaal, man". Dat was puur Rotterdams taalgebruik. Je had geen dure coach, geen mindfulness-app of geen zelfhulpboek van driehonderd pagina’s nodig Gewoon één zin en je wist weer waar je stond.

Ook bijna verdwenen is "een opdonder krijgen". Dat betekende niet dat iemand een knuffel nodig had. Integendeel. Als je moeder zei: "Als je niet luistert, krijg je een opdonder", dan wist je dat het tijd was om je levenskeuzes te heroverwegen.

En kent u nog "gozer"? Tegenwoordig heet iedereen "bro", "gast" of zelfs "legend". Maar een Rotterdamse gozer was een speciaal soort mens. Iemand die een lekke band kon plakken, een kast in elkaar kon zetten en ondertussen kritiek leverde op de politiek en het weer.

En over "gozer" gesproken: het woord "mokkel" hoor je ook steeds minder. Dat was vroeger een meisje of vrouw, meestal uitgesproken met een bewonderende blik. Tegenwoordig krijg je waarschijnlijk eerst een workshop moderne communicatie voordat je het nog durft te gebruiken.

Dan hebben we nog "niet lullen maar poetsen". Eigenlijk is dat meer dan een uitdrukking; het is cultureel erfgoed.  De Rotterdammer hield niet van eindeloos vergaderen. Eerst doen, dan kijken of het een goed idee was.

Sommige woorden zijn zo Rotterdams dat niemand precies weet waar ze vandaan komen. Zoals “gabber”. Oorspronkelijk gewoon een maat of vriend. Later kreeg het een compleet trainingspak, een kale kop en muziek van 180 beats per minuut cadeau.

En wie hoorde vroeger niet regelmatig: "Ben je van de pot gerukt"? Een kleurrijke manier om te vragen of iemand nog wel helemaal bij zijn verstand was. Niet bepaald subtiel, maar subtiliteit heeft in Rotterdam nooit voorrang gehad.

Dan was er “een porem”. Geen gezicht, maar een porem. Als iemand zei: “Wat trek jij nou weer voor een porem?”, wist je dat je spiegelbeeld waarschijnlijk geen schoonheidsprijs ging winnen.

En ook prachtig: “ouwehoeren”. Buiten Rotterdam betekent dat vaak zinloos kletsen. In Rotterdam was het bijna een topsport. Urenlang praten over voetbal, het weer, de buren en waarom alles vroeger beter was.

Tot slot nog een klassieker: Het woord “stiefelen”. Gewoon stevig doorlopen. Rotterdammers wandelden niet, ze stiefelden. Liefst met een tempo die bijna leek op een hardloopwedstrijd.

Het mooie van deze woorden is dat ze iets vertellen over de stad. Ze zijn direct, droog, soms een beetje grof en vooral eerlijk. Net als de Rotterdammers zelf.

Dus als u vandaag iemand tegenkomt, probeer het eens. Zeg geen “Goedemiddag, waarde medeburger.” Zeg gewoon: "Hoe is ’t, jôh, loop je een beetje te stiefelen"? De kans bestaat dat iemand verbaasd opkijkt. Maar misschien, heel misschien, verschijnt er een glimlach. En dan zijn die oude Rotterdamse woorden toch nog niet helemaal verdwenen.

Quote: De taal is het kenmerk waar men de stad aan herkent !!