Vroeger, toen ik ook nog een jong kereltje was, hoorde je de kinderen al voordat je ze zag. Tegenwoordig zie je ze eerder voordat je ze hoort, omdat ze met gebogen nek op een smartphone staren alsof daar de grootste geheimen van de wereld op staan. En tja, misschien staan ze daar ook wel op. Maar vroeger? Vroeger hield de jeugd zich met heel andere dingen bezig.
Neem nou stoepranden. Dat was eigenlijk topsport zonder dat je er voor betaald werd. Twee kinderen, een bal en een stoeprand waren voldoende voor uren (ont)spanning. Je gooide die bal alsof je meedeed aan het WK Stoepwerpen. Raakte je de rand en kwam de bal terug. Dan voelde je je even Johan Cruijff met superkrachten.
En dan tikkertje spelen. Dat was geen spelletje, dat was pure cardio. Tegenwoordig betalen mensen 70 euro per maand voor een sportschool om op een loopband te rennen. Wij deden het in onze jeugd gratis, achtervolgd door een bezweet buurjongetje dat “JIJ BENT ‘M!” schreeuwde alsof hij een arrestatieteam leidde.
Ook legendarisch was: het alom bekende putje loop. Geen idee waarom het zo heette, maar iedereen kende de regels. Tenminste… een soort van. Elke wijk of stad had zijn eigen versie en ruzie hoorde er natuurlijk bij. “Nee joh, je voet stond op de lijn!” Dat waren de VAR-momenten van vroeger.
Voor de meisjes was er natuurlijk elastiekentwist. Twee meisjes hielden een elastiek strak tussen hun benen en een derde sprong alsof ze auditie deed voor een Olympische discipline die nooit op de internationale agenda heeft gestaan. Kniehoogte was nog te doen, maar zodra dat elastiek richting oksels ging, haakten de meeste jonge dames af met een lichte hamstringblessure.
En dan dat stoere cowboytje spelen. Tegenwoordig zouden ouders daar waarschijnlijk een hartberoerte van krijgen als hun kroost, :"sta of ik schiet" zou roepen, maar vroeger renden we met plastic pistolen door de straat terwijl iemand dramatisch van zijn fiets viel na een denkbeeldige kogel. “Jij bent dood!” “Nee, ik had een kogelvrij vest, of je hebt me gemist” werd er terug geroepen. De discussies duurden meestal langer dan het spel zelf.
Buiten voetballen deed je trouwens tot het echt donker werd. Niet omdat het mocht, maar omdat niemand zin had om naar binnen te gaan. Straatlantaarns gingen aan en ineens begon de Europacup finale tussen je vriendenclubje en iedereen anders die nog buiten was. Een jas op de grond was een doelpaal en de buurman die klaagde over de bal tegen zijn schutting was standaard de scheidsrechter zonder fluit.
En vissen met een bamboe hengel. Urenlang naar een dobbertje kijken alsof het Netflix was. Geen wifi, geen meldingen, alleen muggen en geduld. Heel veel geduld. En verder, denk ook eens aan spelletjes als: touwtje springen, op stelten lopen, knikkeren, Annemarie koekoek, tikkertje en schipper mag ik overvaren om nog maar eens een aantal populaire spelletjes te noemen.
En nu? Nu zit de jeugd binnen te gamen met iemand uit Canada terwijl ze tegelijk op TikTok kijken hoe iemand anders gamet. Buiten hangen gebeurt ook nog, maar vaak op een hangplek waar iedereen zwijgend naast elkaar zit… iedereen verdiept in zijn eigen scherm. Vervelen heet tegenwoordig “mijn batterij is leeg”.
Waar wij vroeger thuiskwamen met kapotte knieën, grasvlekken en een bal onder de arm, komen kinderen nu thuis met 4% batterij voorraad en mentale schade van een verloren potje online gaming.
Toch heeft elke generatie zijn eigen charme. Wij hadden stoepranden en elastiekentwist. Zij hebben VR-brillen en Fortnite-dansen. Maar eerlijk is eerlijk: als je vroeger een update nodig had, dan was het hooguit een nieuwe bal, maar echt geen wachtwoord reset.
Quote: In ieder mens is een kind verscholen dat wil spelen !!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten