Wie tegenwoordig een basisschool binnenloopt, ziet een strakke moderne inrichting van een klaslokaal, kringgesprekken waar de leerlingen aan mee kunnen doen als het ze uitkomt, en juffen en leraren die vragen hoe je je “voelt”. In de jaren zestig van de vorige eeuw, de periode dat ik op de lagere school zat, was dat net even iets anders. Op school heerste een ijzeren discipline en daar voelde je namelijk vooral de liniaal !
De lagere school van toen had iets weg van een kruising tussen een klooster en een militaire kazerne. Stilzitten was geen suggestie maar een ingebakken levenswijze. Praten mocht, mits je eerst je vinger opstak, toestemming kreeg, en vervolgens exact zei wat de meester wilde horen. Creativiteit en eigen initiatief bestond wel, maar werd streng gereguleerd: dus geen fratsen uithalen maar binnen de lijntjes kleuren, letterlijk en figuurlijk.
En dan de straffen. Die waren, laten we zeggen, “leerzaam” op een manier die tegenwoordig een spoedcursus kinderpsychologie zou rechtvaardigen. De klassieker was natuurlijk de liniaal op de vingers. Niet zomaar een tikje, nee, een goed gemikte klap die ervoor zorgde dat je spontaan weer wist wat 7 keer 8 was. En anders kreeg je gewoon nog een herkansing. En natuurlijk op dezelfde manier.
Had je het echt te bont gemaakt? Dan mocht je in de hoek gaan staan. Met je gezicht naar de muur, alsof je een bijzonder interessante baksteen inspecteerde. Soms moest je zelfs op één been staan. Waarom? Geen idee. Waarschijnlijk om je alvast voor te bereiden op een carrière als flamingo.
En dan was er nog het beruchte “nablijven”. Tegenwoordig klinkt dat bijna gezellig, even rustig je werk afmaken. In de jaren zestig betekende het: jij blijft, de rest gaat buitenspelen, en jij mag nadenken over je zonden terwijl de klok tergend langzaam tikt. Elke seconde voelde als een persoonlijke aanval. En wat dacht je van dat die onzinnige strafregels schrijven. Een keer of 500 strafregels schrijven over zoiets in de trent van "Ik mag niet in de klas zonder toestemming van de meester praten". Ja, dat was een educatief hoogstandje in die tijd.
Het regime was strak. De meester was de baas, punt uit. Discussie? Dat bestond niet. Ouders stonden meestal vierkant achter de school, wat betekende dat je thuis vaak nog een preek kreeg als je straf had gehad. “Je zult het er wel naar gemaakt hebben,” was een veelgehoorde conclusie van het thuisfront.
Toch, en dit is misschien het wonderlijke, kijken veel mensen er met een zekere nostalgie op terug. Niet per se naar de tikken (die mogen rustig in het museum blijven), maar naar de duidelijkheid. Je wist waar je aan toe was. Regels waren regels, en iedereen kende ze.
En eerlijk is eerlijk: er zat ook iets komisch in. De meester die met een strak gezicht probeerde orde te houden terwijl iemand achterin een propje de klas inschoot. De hele klas die collectief zijn adem inhield als de liniaal werd gepakt. Het waren kleine drama’s in een wereld die eigenlijk heel overzichtelijk was.
Zou dit vandaag in de huidige tijd nog kunnen? Absoluut niet. En dat is maar goed ook. Maar het was wel een tijdperk dat, met een knipoog, mooie verhalen oplevert. Verhalen over linialen, strafhoeken en meesters met een blik die zelfs de stoutste leerling weer kaarsrecht liet zitten en die dondersgoed wist wat wel of niet mocht.
En laten we eerlijk zijn: we hebben er in elk geval één ding van geleerd… ...hoe razendsnel je stil kon zijn !!
Quote: Jammer dat je schooltijd alleen maar achteraf de leukste tijd van je leven is !!

En toch was de tijd van vroeger een prachtige tijd. We wisten niet beter. Er was nog geen televisie, internet, computers. Het was een prachtige tijd. Buiten spelen deden we. Heel veel buiten spelen. En we haalden kattenkwaad uit. En toch denken de ouderen waaronder ikzelf nog steeds terug aan die mooie tijd. Want dat was het.
BeantwoordenVerwijderengeweldige tijd de liniaal werd niet gebruikt op onze lagere school.En dat was van 1961 tot en met 1966
BeantwoordenVerwijderen