Ik ging eerder deze week boodschappen doen bij een supermarkt met de alom bekende naam van Appie. Uiteraard gaat het hier om een supermarkt van AH met het bekende blauwe/witte logo.
En dat is niet zomaar een supermarkt, maar dat zijn modern ingerichte winkels met gevoel voor duurzaamheid en waarbij ze rekening houden met de vooruitgang van deze tijd. Maar het filiaal waar ik eens met hoge uitzondering ging winkelen, hanteerde een wel heel opmerkelijke winkelwagen ethiek.
Want, zoals gewoonlijk pakte ik ook daar een karretje, maar… ho, wacht even, dat ding was vergrendeld en moest ik ontgrendelen met een muntje. Laat ik die dag nou net geen muntje bij mij hebben, dus ff snel naar die jonge dame van de service balie om een muntje te bemachtigen. Deze medewerkster was qua leeftijd net uit de luiers, en was slechts in staat om, overigens heel correct, te vertellen dat het verstrekken van muntjes door de supermarkt manager verboden was. Op mijn vraag : "en waarom dan wel", kreeg ik met het schaamrood op haar gezicht een antwoord van die jongedame waar ik spontaan van in de lach schoot, maar waarbij ik ook wederom het vertrouwen verloor in onze maatschappij die op velerlei terreinen al langere tijd compleet van het pad af is geraakt.
Want , wat bleek, de jonge dame meldde mij "dat de supermarkt geen muntjes meer voor winkelwagens verstrekt omdat dit beter voor het milieu is”. Tot overmaat van ramp bood ze met een staalhard gezicht aan om een 50 cents muntstuk te kopen die ik dan zou kunnen gebruiken. Om die karretjes simpelweg dan maar niet meer te vergrendelen, zoals tegenwoordig bij de meeste supermarkten het geval is, bleek voor dit filiaal blijkbaar een oplossing wat men niet zelfstandig had kunnen bedenken.
Maar goed, voor het milieu, ik hoorde het goed en liet het even tot mij doordringen. Ik kijk om me heen. Achter mij staat een vrachtwagen stationair te ronken waarbij de straat blauw staat van de uitlaatgassen. In de winkel liggen komkommers individueel verpakt in plastic dat dik genoeg is om er een voetbalveld mee te bedekken. De paprika’s hebben meer laagjes plastic dan een winterjas in Siberië. Maar nee, het muntje… dat was de boosdoener.
Waarschijnlijk was dit dus een overijverige supermarkt manager die dacht: “Mensen gooien hun winkelwagenmuntjes misschien ooit in de oceaan. Dit moeten we stoppen. Dus, hij had besloten tot crisisoverleg, een PowerPoint gemaakt volop geweldige kleurige grafieken. En voilà: in een zucht en een scheet had die wereldverbeteraar "passend beleid" in zijn kantoortje verzonnen.
En ondertussen wordt er elders vrolijk doorgegaan met het uitstrooien van plastic alsof het confetti is op een slecht georganiseerd feestje. Er wordt uitstoot geproduceerd waar je een kleine wolkenkrabber op kunt laten draaien. Maar het muntje… ja, daar werd dus de grens getrokken.
Ik probeerde het systeem te begrijpen. Misschien is het een test. Een soort maatschappelijk experiment. Hoeveel kleine, onbegrijpelijke maatregelen kan een burger verdragen voordat hij zachtjes begint te lachen… en daarna een beetje begint te huilen?
Want laten we eerlijk zijn: de gemiddelde burger snapt er op dit moment geen snars meer van. Vandaag geen muntjes vanwege het milieu. Morgen moet je misschien je boodschappen scannen terwijl je op één been staat, omdat dat de CO₂-uitstoot van de kassa vermindert. Overmorgen krijg je korting als je je adem inhoudt bij het schap met frisdrank.
Ergens is het ook bewonderenswaardig. De creativiteit. De durf om juist dat ene, totaal onschuldige object, het winkelwagenmuntje, aan te wijzen als symbool van alles wat misgaat in de wereld. Dan moet je lef hebben, of compleet verward zijn. Het kan overigens ook beide zijn.
En dan die toon. Altijd die zachte, vriendelijke betutteling. Alsof je een kleuter bent die net heeft ontdekt dat zand niet eetbaar is. “Dit is beter voor het milieu.” Dank je wel, supermarkt. Zonder jullie had ik waarschijnlijk nog steeds gedacht dat een muntje de opwarming van de aarde versnelt.
Misschien zijn er hogere belangen. Misschien is dit onderdeel van een groter plan dat wij stervelingen simpelweg niet kunnen doorgronden. Of misschien en dit is een wilde gedachte, is dit land een beetje de weg kwijtgeraakt in een doolhof van regels, goede bedoelingen en totaal misplaatste prioriteiten.
Wat het ook is, één ding staat vast: ik stond bij dat karretje, zonder muntje en met een blik die ergens zweefde tussen ongeloof en berusting.
En terwijl ik uiteindelijk toch maar mijn boodschappen ging doen, vroeg ik mij zich zachtjes af: “Was dit nou echt het probleem dat opgelost moest worden?”
Quote: Van ontevreden klanten kan men het meeste leren, zeker supermarkt managers !!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten